Sneeuwmuts Kilimanjaro
Bron: Kennislink
De smeltende sneeuwmuts van de Kilimanjaro heeft zijn bestaan niet alleen te danken aan kou, maar vooral aan de grote hoeveelheid neerslag die viel aan het begin van het Holoceen, zo’n 11.000 jaar geleden. Het regelmatig smelten van de ijskap op de hoogste berg van Afrika blijkt onderdeel van een natuurlijk proces van droge en natte perioden, en is dus niet alleen het resultaat van milieuschade die de mens aanricht. Dat blijkt uit onderzoek van Spinozawinnaar Jaap Sinninghe Damsté, dat op 3 december wordt gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Nature.
Moleculair paleontoloog Sinninghe Damsté bestudeerde een boorkern uit het meer Challa in Kenia. Dit kratermeer ligt op de flank van de Kilimanjaro. Samen met een groep Europese onderzoekers probeerde hij te achterhalen hoeveel van het materiaal in de boorkern uit het meer zelf kwam, en hoeveel er door regen het meer in is gespoeld.
Door te kijken naar de verhouding tussen de stoffen van binnen en buiten het meer, kon Sinninghe Damsté een gedetailleerde reconstructie maken van de veranderingen in de hoeveelheid neerslag van de laatste 25.000 jaar. Uit de metingen bleek dat dit gedeelte van Afrika vaker te maken heeft met een periode van zware moessonregens. Doordat de Kilimanjaro dichtbij de evenaar ligt, is er ongeveer eens in de 11.500 jaar een periode van hevige moessons, in gebieden verder van de evenaar komt zo’n intensieve moessontijd maar eens in de 23.000 jaar voor.
De Jonge Drias (van 12800 tot 11500 jaar geleden) springt er uit als een extreem droge periode. Vijf jaar geleden ontdekten Amerikaanse wetenschappers al dat de Kilimanjaro in deze periode ijsvrij was. Damsté ontdekte dat aan het eind van de Jonge Drias een drastische klimaatomslag plaatsvond – van heel droog naar heel nat. Daardoor nam de sneeuwval op de top enorm toe en werd de Kilimanjaro opnieuw bedekt onder een dikke laag ijs.
Wereldwijde klimaatvariaties worden op lange termijn (duizenden tot tienduizenden jaren) voornamelijk gestuurd door veranderingen in de hoeveelheid inkomende zonnestraling. Doordat de aardas een waggelende beweging maakt, krijgt elk gebied niet altijd dezelfde hoeveelheid zonnestraling. Juist rond de evenaar is variatie in straling erg groot, en dat is weer van invloed op de intensiteit van de moessonregens. Het gevolg is dat equatoriaal Oost-Afrika twee keer zo vaak te maken heeft met hevige regenperiodes en tijden van extreme droogte. Afrika lijkt nu aan het einde te komen van zo’n droge periode, waardoor de ijskap dus ook logischerwijs een flink stuk gesmolten is.

De smeltende sneeuwmuts van de Kilimanjaro heeft zijn bestaan niet alleen te danken aan kou, maar vooral aan de grote hoeveelheid neerslag die viel aan het begin van het Holoceen, zo’n 11.000 jaar geleden. Het regelmatig smelten van de ijskap op de hoogste berg van Afrika blijkt onderdeel van een natuurlijk proces van droge en natte perioden, en is dus niet alleen het resultaat van milieuschade die de mens aanricht. Afbeelding: © Paul Shaffner

Laden...
Evenementen

