Paternoster

Onderpresterende leerlingen: kenmerken

Bron: SLO

De kenmerken van onderpresteerders zijn te verdelen in positieve en negatieve, maar krijgen alleen betekenis in combinatie met elkaar!

Niet alle kenmerken komen tegelijkertijd bij een onderpresteerder voor!

Cluster kenmerk Bijbehorende kenmerken Bronnen
1. Grote en uitzonderlijke kennis (+) heeft kennis die nog niet in de groep is behandeld 1
heeft uitzonderlijk grote kennis van feiten 3, 4
grote algemene ontwikkeling 4
2. Grote interesse (+) heeft op veel gebieden belangstelling en houdt ervan dingen te onderzoeken 3, 4
leest veel of verzamelt in vrije tijd op andere manieren veel informatie 4
begrijpt en onthoudt onderwerpen uitstekend als hij geïnteresseerd is 3, 4
interesse bij moeilijkere onderwerpen bij een werkstuk of spreekbeurt 1
3. Wisselend schoolwerk (+) bij meer ingewikkelde vragen geeft leerling vaak het goede antwoord 1
heeft groot verschil in kwaliteit mondeling en schriftelijk werk 3, 4
komt goed uit de verf bij individueel onderwijs op maat 4
4. Positief thuiswerk (+) werkt thuis verder aan zelf gekozen schoolprojecten 3
ontwikkelt thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten 4
5. Grote verbeelding (+) heeft levendige verbeelding, is creatief 3, 4
6. Hoge mate van sensitiviteit (+) is sensitief in zijn waarneming van zichzelf en anderen 3
is gevoelig 4
7. Afnemende prestaties, wisselend schoolwerk (-) steeds minder goede resultaten halen 1, 3
presteert beneden (groeps)niveau bij rekenen taal of lezen 3
presteert op school redelijk tot slecht (soms alleen onder het eigen niveau) 4
slordig schrijven 2
houdt niet van ‘drill and practice’, van instampen of inprenten 3, 4
mist bepaalde leerinhouden 2
mist instructiemomenten 2
selectief enthousiasme, voor nieuwe onderwerpen, maar niet voor uitwerkingen 2
8. Negatief gedrag (-) lastig en onaangepast gedrag 1, 2
steeds om aandacht vragen 1
verveling 2
kan wegdromen 2
wijst pogingen van leraar of om hem te leren zich te gedragen volgens groepsnormen 3
9. Haperende sociaal-emotionele ontwikkeling (-) ontevreden over verrichte werkzaamheden 3, 4
vermijdt nieuwe activiteiten (om mislukking te voorkomen) 3, 4
geeft blijk van negatieve zelfwaardering 3
heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn 4
doet niet graag mee aan groepsactiviteiten 3, 4
heeft weinig vriendjes of vriendinnetjes 3
is minder populair bij leeftijdsgenootjes 4
zoekt vriendjes onder gelijkgestemden 4
10. Geringe taakgerichtheid (-) zeer laag werktempo 1
huiswerk vaak niet af 3, 4
stelt onrealistische doelen (te hoog of te laag) 3, 4
snel afgeleid, moeite met taakgericht werken 2, 3, 4
impulsief 4
geen duidelijk leertraject voor ogen 2
geen planner 2
korte spanningsboog 2
vergeetachtig 2
voelt zich hulpeloos 4
wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn 4
11. Negatieve houding (-) wisselende motivatie 2
hekel aan routine 2
verzet zich tegen autoriteit 4
neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen daden (wijt mislukken aan anderen of aan de situatie) 4
staat onverschillig of afwijzend tegenover de school 3, 4

Bronnen

1. Drent, S. (1998). Hoogbegaafde kinderen kunnen meer: praktische richtlijnen voor verbreding in het basisonderwijs. Voorschoten: Ajodakt.

2. Kuipers, J. (1999). Si-BeL; observatielijst voor Signalering en Identificatie van Begaafde Leerlingen in het primair onderwijs. Leeuwarden: GCO Fryslân.

3. Mooij, T. (1991). Schoolproblemen van hoogbegaafde kinderen: richtlijnen voor passend onderwijs. Muiderberg: Coutinho.

4. Pluymakers, M. & Span, P. (1999). Onderpresteren. In: Nelissen, J. & Span, P. (red.) Begaafde kinderen op de basisschool; suggesties voor didactisch handelen (pp. 91-101). Tilburg: Zwijsen (momenteel uitgegeven door Bekadidact in Baarn).

Meer over het onderwerp onderpresteren staat onder het kopje “Ouders”.

Graag laat ik uw team kennis maken met deze onderwerpen door middel van een lezing of een workshop. Neem vrijblijvend contact met mij op.