Wanneer verbreding en verdieping van de leerstof wordt aangeboden dan moet deze leerstof aan de volgende eisen voldoen:
- Het werk mag niet vooruitlopen op de reguliere leerstof. Zodra dat wel zo is, spreekt men van versnellen. Praktisch gezien betekent dit dat men in de onderbouw dan geen leerstof aanbiedt die met taal en rekenen heeft te maken, want dit komt pas vanaf groep 3 aan de orde. In groep 3 geeft men geen extra werk waarbij er boven de 20 gerekend moet worden, want dat komt in groep 4 pas aan de orde. En een vak als Engels kan dan niet gegeven worden voordat de leerling in groep 7 zit en dan mag het ook nog niet vooruitlopen op wat men in het voortgezet onderwijs gaat leren. Wanneer een leerling echt toe is aan de leerstof van de volgende groep, dan is het niet juist om deze leerstof in het kader van verbreding aan te bieden. In het volgende schooljaar zal de leerling deze leerstof dan reeds beheersen en dan zal er tijdens de reguliere lessen weer extra werk aangeboden moeten worden, of wat ook voorkomt, men laat de leerling de leerstof nog eens herhalen.
- De leerling moet interesse hebben in de aangeboden leerstof. Wanneer dit niet zo is zal de motivatie snel verdwijnen. Zo heeft het weinig zin om een leerling een cursus Russisch te laten volgen wanneer hij daar geen interesse in heeft.
- De leerling moet zelfstandig aan de opdrachten kunnen werken, maar dat neemt niet weg dat de leerling wel goede instructie nodig heeft.
- Het leerdoel moet duidelijk zijn en hierover moet van te voren met de leerling gesproken worden. Het is goed om de leerling ook zijn eigen leerdoelen te laten formuleren en hem onder woorden te laten brengen hoe hij dat aan gaat pakken.
- De gemaakte opdracht moet aan vooraf gestelde eisen voldoen, mag dus in geen geval vrijblijvend zijn. “Maak maar een leuk werkstuk over paddestoelen als je daar zin in hebt”, is te vrijblijvend.
- Het werk moet serieus beoordeeld worden. Daarbij moet bekeken worden of het leerdoel is gehaald en of er aan de vooraf gestelde criteria is voldaan.
- Er moet op vastgestelde tijden aan gewerkt kunnen worden, het moet niet zo zijn dat de leerling telkens in een stief kwartiertje met de opdracht aan de gang kan gaan.
- Het moet de leerling duidelijk zijn welke middelen gebruikt kunnen worden en waar hij deze middelen kan vinden.
- Het moet de leerling duidelijk zijn aan wie en wanneer hij vragen kan stellen die betrekking hebben op zijn extra werk
- Na voltooiing van de opdracht moet het werk geëvalueerd en vervolgens aan de klas gepresenteerd worden.
- Waar mogelijk kan de leerling het extra werk maken met één of meer andere leerlingen. Dit hoeven niet persé klasgenoten zijn. Het is wel van belang dat het dan om ontwikkelingsgelijken gaat. Samen werken met andere leerlingen op het eigen hoge niveau is in een groep met leeftijdgenoten voor een hoogbegaafd kind niet altijd goed mogelijk. Toch is het belangrijk dat het kind ook leert samenwerken met anderen waarbij hij de ervaring op kan doen dat die anderen iets ook, of zelfs beter weten en/of kunnen dan hij zelf.
- Op het rapport of verslag moet melding gemaakt worden van het extra werk en van het resultaat. Bij een vakgerichte opdracht moet het resultaat ook meetellen voor het rapportcijfer voor dat vak.
Dit zijn nogal wat eisen, maar wanneer men dat niet doet, verzandt het werk dikwijls. Dan wordt het een soort vrijetijdsbesteding op school. Het zal zo gelijk duidelijk zijn dat er in de groepen één tot en met vier à vijf niet veel leerstof is die aan al die eisen of zelfs maar een belangrijk deel van die eisen kan voldoen. Wanneer een kind de leerstof van het huidige leerjaar vrijwel geheel beheerst, is het niet redelijk het kind voornamelijk bezig te houden met een geheel eigen programma. Hiermee wordt de leerling teveel buiten de groep geplaatst. Versnellen lijkt dan een geschiktere optie te zijn.
Verbreden en verdiepen gaat vrijwel steeds samen met versnellen. Wanneer een leerling een erg grote voorsprong heeft en daarbij erg snel nieuwe leerstof opneemt, is het niet mogelijk om structureel gedurende meerdere jaren achtereen, laat staan de gehele basisschoolperiode, zoveel extra leerstof aan te bieden dat de leerling zinvol bezig kan zijn.
N.B. Ook nadat een leerling versneld is, blijft het belangrijk extra leerstof aan te bieden. Dit om een herhaling van de problemen te voorkomen.

Laden...
Evenementen

Laatste reacties