Leerlingen die begaafd zijn op het gebied van wiskunde/rekenen verschillen van de gewone leerlingen door:
- spontaan formuleren van problemen
- flexibiliteit in het omgaan met gegevens
- mentale bekwaamheid om ideeën te stroomlijnen
- bekwaamheid om gegevens te ordenen
- originaliteit in interpretatie
- bekwaamheid in overdracht van ideeën en
- bekwaamheid in generaliseren
(Greenes, 1981)
Tot deze vaardigheden behoort niet de bedrevenheid in automatiseren.
Hoe kun je het onderwijsprogramma onderscheiden:
- Doortoetsen – zodat bekend wordt welke onderdelen de leerling al beheerst. In het basisonderwijs moeten de leerlingen de basisstof beheersen. Als het nog niet het geval is, houd ze niet tegen om door te werken aan uitdagende opdrachten, maar blijf geleidelijk doorwerken aan de basiskennis.
- Creëer toetsen die ruimte laten voor meerdere antwoorden en creativiteit, geef de leerling kans om te laten zien wat hij geleerd heeft.
- Gebruik verschillende bronnen. Één bron zal de behoefte niet bevredigen.
- Wees flexibel in je verwachtingen ten aanzien van de tempo van leerlingen. Terwijl sommigen de basisstof oefenen, kunnen anderen aan moeilijker opdracht werken.
- Gebruik opdrachten gebaseerd op onderzoek, een “onderzoekend leren” benadering die problemen met open einde, met meerdere oplossingen of meerdere wegen naar de oplossingen aanmoedigt .
- Gebruik veel vragen op hoger niveau, vraag “waarom” en “wat als”.
- Zorg voor activiteiten, eenheden of problemen die de normale lesstofaanbod overschrijden. Bied uitdagende wiskundige vrijetijdsbesteding aan, zoals puzzels en (ingewikkelde bord-) spellen.
- Maak onderscheid tussen opdrachten. Het is niet erg motiverend voor de leerling om meer problemen van dezelfde soort te krijgen. Geef ze een keuze tussen gebruikelijke opdrachten, een moeilijker opdracht of een opdracht uit hun interessegebied.
- Verwacht producten op hoog niveau.
- Bied mogelijkheid deel te nemen aan wedstrijden (wiskunde olympiades, kangoeroe rekenwedstrijd, e.d.)
- Zorg voor bruikbare, concrete ervaringen. Ook al zijn hoogbegaafde leerlingen in staat zich veel sneller te bewegen tussen het concrete en het abstracte, kunnen ze profijt hebben van het gebruik van handvaardigheid en dingen doen “met hun handen”.
Nog meer tips
- Wanneer de school slechts een paar leerlingen heeft die excelleren in wiskunde en ze hebben geen goede wiskundeleerkracht, zou ook een mentor van buiten aangetrokken kunnen worden (gepensioneerde wiskundedocent).
- Een leerplan is noodzakelijk, zodat de leerling niet herhaalt in de hogere groep wat hij al eerder gedaan heeft.
- In plaats van het materiaal als uitgangspunt te nemen kunnen ook nieuwe of aanvullende leerdoelen geformuleerd worden. De leerkracht is dan minder afhankelijk van specifiek voor hoogbegaafde leerlingen ontwikkeld materiaal.
- Bij iedere leerdoel kunnen een aantal tussendoelen geformuleerd worden en vervolgens kan bekeken worden welke activiteiten en oefeningen de leerling naar die tussendoelen en het einddoel brengen (Freeman, 2001).
Wie op deze manier te werk gaat zal ontdekken dat er vakgebiedoverschrijdende projecten ontstaan die met zich meebrengen dat ze sterk aansluiten op de leer- en persoonlijkheidseigenschappen van de hoogbegaafde leerling (van Gerven, 2003).
Heb je vragen over geschikt verrijkingsmateriaal? Maak een afspraak via Online Afspraak Maken.

Laden...
Evenementen

Laatste reacties