Paternoster

Valkuilen bij het opvoeden

Tien valkuilen bij het opvoeden van een hoogbegaafd kind

Drie deskundigen (dr. Willy Peters, dr. Agnes Burger-Veltmeijer en Ineke Teisman) zijn gevraagd de meest voorkomende valkuilen te benoemen voor ouders van hoogbegaafde kinderen.

1 – Het kind maakt de dienst uit

Alledrie de deskundigen noemen deze valkuil. Het is lastig grenzen te stellen voor een kind dat sterk kan argumenteren. Ouders kunnen niet omgaan met de argumenten van hun kind en dus bepaalt het kind. Zorg dat je duidelijke regels hebt, ook al houd je je er niet altijd aan (als je te moe bent om te argumenteren en het kind zijn zin geeft). Leg uit dat het de vorige keer zijn zin kreeg omdat je moe was.

2 – Hoogbegaafdheid is een stoornis

Hoogbegaafdheid is geen stoornis, maar wel een extreme toestand, zoals dyslexie of ADHD of autisme. Het is echter geen excuus voor gedrags- of leerproblemen! Uit onderzoek blijkt dat hoogbegaafden niet meer of minder last hebben van sociaal-emotionele problemen dan andere kinderen. Als je kind problemen heeft, schrijf het dan niet te snel toe aan hoogbegaafdheid, want misschien is er wel iets anders aan de hand.

3 – Het kind is volwassen

Ondanks dat een hoogbegaafd kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft en dus volwassener overkomt, is het belangrijk niet de vergissing te maken het kind te volwassen te behandelen. Een cognitief en verbaal sterk kind kan heel overtuigende argumenten aan dragen om zijn zin te krijgen, maar heeft nog geen zicht op de onderliggende emoties en kan ook niet altijd in staat worden geacht de zo logische argumenten van de opvoeders op waarde te schatten.

4 – We ontzien het kind

Ouders van hoogbegaafde kinderen hebben de neiging teveel verantwoordelijkheden bij het kind weg te halen. Leer je kind om zelf de situatie naar zijn hand te zetten. Je doel moet zijn dat je kind zichzelf kan redden, ook (vooral!) in ongunstige omstandigheden.

5 – Je kind overvoeren

Ga niet af op wat het kind zegt dat het aankan, maar op wat het laat zien. Probeer uit welke verantwoordelijkheden het kind aankan. Als het verkeerd loopt, doe je gewoon een stapje terug en probeer je het na een paar maarden weer opnieuw.

6 – Zijn angst is mijn angst

Laat je niet meeslepen door de emoties van je kind, zeker als je meent de problemen uit je eigen jeugd te herkennen. Hoogbegaafde kinderen kunnen zeer goed inspelen op de (schuld)gevoelens van hun ouders.

7 – Dit kind gaat héél bijzondere dingen doen

Niet ieder hoogbegaafd kind zal hoogopgeleid eindigen (noch is dat noodzakelijk). Kijk bij de schoolkeuze vooral naar de passies en interesses van je kind. Als je kind graag siermetselaar wil worden en dus een mbo-opleiding wil doen, gewoon laten doen.

8 – Je kind beschermen

Je moet hoogbegaafde kinderen niet teveel beschermen. Teisman vind dat ouders zich niet constant met het huiswerk van hun kinderen moeten bemoeien. Laat het maar gebeuren dat je kind een keer blijft zitten of dat het zakt. Je moet je kind begeleiden bij iedere overgang, maar het wel loslaten.

9 – Ieder hoogbegaafd kind is hetzelfde

Niet dus. Advies van andere ouders is natuurlijk zeer waardevol, maar houd in de gaten wat de speciale kenmerken van je kind zijn. De capaciteiten van hoogbegaafde kinderen lopen erg uiteen!

10 – Alle aandacht voor je hoogbegaafde kind

Peters waarschuwt dat je ook tijd moet besteden aan je andere (niet hoogbegaafde) kind(eren). Probeer vaste momenten in te bouwen waarop je tijd met elk kind doorbrengt, dit brengt rust in het gezin.

Heb je vragen? Neem contact met mij op!