Als ECHA Specialist in Gifted Education die zich specialiseert in uitzonderlijke begaafdheid word ik steeds vaker ingeschakeld door zowel ouders als scholen. Langzaam aan komt er het besef dat uitzonderlijke begaafdheid heel anders is dan hoogbegaafdheid. Laatst vertelde een ouder dat ze van een specialist te horen kreeg “128 of 145, dat maakt niets uit”. Het maakt wel degelijk uit en ook voor specialisten die hoogbegaafde kinderen willen begeleiden is het belangrijk zich te verdiepen in dit onderwerp en weten welke verschillen er zijn. In Nederland kunnen we tot 145 IQ meten, maar het betekent niet dat het daarbij ophoudt. In Engelstalige landen kun je met een andere test het IQ tot 210 meten…

Ik ben begonnen mij te specialiseren in 145+ kinderen door mijn eigen kinderen. Als ouder zie ik van heel dichtbij wat het voor een kind betekent om geen passend onderwijs te krijgen en weinig aansluiting te hebben met andere kinderen. Het is daarom niet alleen voor specialisten maar ook voor ouders belangrijk meer te weten te komen over uitzonderlijke begaafdheid. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de enorme asynchroniteit goed plaatsen én hun kind helpen ermee om te gaan en ze weten beter welke leerbehoeftes hun kind heeft, wat weer handig kan zijn bij gesprekken op school.

“Zeer begaafde kinderen zijn de uitschieters van uitschieters die minder dan 1% van de bevolking vertegenwoordigen. Ze beschikken over verbazingwekkende cognitieve verwerkingscapaciteiten, buitengewone gevoeligheid en intensiteiten. Deze subgroep van de grotere begaafde groep bestaat uit opmerkelijke en unieke individuen. Zij hebben een onverbiddelijk menselijk potentieel en hebben op hun best een onbegrensd enthousiasme, onverzadigbare nieuwsgierigheid, verhoogde energie en empathie en willen graag een bijdrage aan de wereld leveren. Net als elke speciale groep met andere behoeften is het van vitaal belang dat we kennisvolle opvoeding, onderwijs en geestelijke gezondheidsrespons bieden die echt congruent is met hun intellectuele, emotionele, sociale, morele en talentgerichte behoeften.” (Sue Jackson)

Out of the box benadering

Op scholen krijg ik regelmatig te horen: “Dit is wat we kunnen bieden, we zijn geen speciaal onderwijs, meer zit er niet in”. Je kunt je voorstellen dat deze situatie niet goed is voor de ontwikkeling van uitzonderlijk begaafde kinderen, voor alle kinderen eigenlijk. Het is te begrijpen, als je kijkt naar de werkdruk van leerkrachten. Ik hoop dat er bij beleidsmakers, samenwerkingsverbanden en scholen HET BESEF komt dat ieder kind uniek is, ook uitzonderlijk begaafd kind en dat one size fits all aanpak niet werkt. Als het besef er is, kan daarvandaan gezocht worden naar oplossingen.

Dissonantie

Wanneer een uitzonderlijk begaafd kind de leer- of de sociale omgeving ‘minder dan optimaal’ vindt, ervaart het dissonantie – een gevoel van vastzitten zonder een gewenste werkwijze. Het kind moet het milieu veranderen of zichzelf veranderen. Dit vereist het gebruik van een verfijnde combinatie van zelfbewustzijn en zelfbeoordeling om de situatie te modereren. Vaak reikt dit niveau van sociaal activisme buiten hun functionele capaciteiten. Soms duurt het te lang dat een uitzonderlijk begaafd kind in een ongeschikte omgeving moet functioneren en dan lijken deze kinderen te zijn losgekoppeld van de prikkels, vooral als ze het milieu onveilig, onrechtvaardig of als niet stimulerend ervaren. Dit gebrek aan passende omgeving kan tot gevolg hebben dat het kind zich terug trekt en soms lijkt het zelfs “uitgeschakeld”. Andere uitzonderlijk begaafde kinderen reageren op de ongewenste omgeving met een energieoverschot die ze trachten kwijt te raken door beweging, snelle spraak, herhalende bewegingen of gebaren, zelfs spontane uitbarstingen die geen verband lijken te hebben met wat er om hen heen gebeurt. Ik ken een aantal kinderen dat zich zo extreem niet op hun plek voelden op school dat ze zijn weggelopen, de leerkracht hebben geslagen of gekrabd of met een stoel hebben gegooid. Dit kan gebeuren als er niet aan de behoeftes van deze kinderen wordt voldaan.

Hun aangeboren verlangens zijn: leren, bijdragen, creatief zijn en diep zijn verbonden met andere mensen en ideeën. Als ze geen weg zien om deze verlangens na te streven, moeten ze de discrepantie compenseren. Deze compensatie komt hen vaak duur te staan. Onderdrukte kinderen kunnen angst ontwikkelen of in het uiterste geval een depressie.

Het gebrek aan mogelijkheden om zich emotioneel of geestelijk uit te drukken met gelijkgestemden, kan hun sociale en emotionele capaciteiten ernstig verstoren. Dat kan leiden tot het verstoren van balans in hun algemene ontwikkeling.

Klik om de kenmerken van uitzonderlijk begaafde kinderen te lezen.

Advies aan leerkrachten en docenten

Leer de betreffende leerling echt goed kennen: waar is hij/zij nieuwsgierig naar?, waar houdt hij/zij van? Verbind met hen om de juiste onderwijsaanpassing te kunnen maken. Deze verbinding is effectiever dan elke andere aanbeveling over het curriculum.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren