Simon is 5 als ik hem voor het eerst ontmoet. De ouders vermoeden dat hij hoogbegaafd is. Niet dat het uit een IQ test blijkt, want die liet zeer inconsistente resultaten zien, maar alle kenmerken en gedragingen wijzen er op dat hij hoogbegaafd is*. Als ik met hem kennis maak, heb ik het vermoeden dat hij zelfs uitzonderlijk begaafd is. Op grond van beschrijvingen van de ouders en een didactisch onderzoek moet Simon versneld worden van groep 1 naar groep 4. Een aantal observaties uit mijn gesprek met Simon:

  • Simon weet dat TrES-4 een exoplaneet is en weet ook wat het betekent
  • Hij kent diverse geometrische vormen, zoals polyhedrons
  • Hij spreekt Engels en Russisch
  • Hij heeft een zeer uitgebreide kennis van wereldtopografie, kent ook landen als Belize en andere landen van Centraal Amerika, eilanden van de Stille Oceaan e.d. en weet deze aan te wijzen
  • Hij is geïnteresseerd in chemische elementen
  • Hij kent Japanse en Griekse letters
  • Hij is bekend met de negatieve getallen (en heeft tijdens deze ochtend nog meer bijgeleerd)
  • Hij kan redelijk geautomatiseerd een aantal tafels noemen
  • Hij kent categorieën van dieren (zoals ongewervelden) en subcategorieën daarvan

Ik merk dat zijn woordenschat zeer uitgebreid is, hij kent alle kleurennuances, woorden als horizon, zwaartekracht, categorie, polyhedron e.d. Hij spreekt naast Nederlands ook Russisch en Engels en leert Chinees. Simon maakt woordgrapjes, heeft veel fantasie en denkt creatief. Hij vindt België het leukste land en Groenland minder leuk; hij vertelt dat het eiland het E-klimaat heeft, poolklimaat, legt hij uit, en dat hij dat niet zo fijn vindt.

De school wil Simon niet versnellen, de leerkracht vindt dat hij eerst moet leren zijn jas op te hangen en zijn broodtrommel op te ruimen. Ze vinden hem niet zelfstandig genoeg voor groep 4 in de hoogbegaafdenklas. De ouders gaan op zoek naar een andere school en laten Simon meedraaien in een andere hoogbegaafdenklas. Ook daar ervaren zij en Simon hetzelfde: te veel nadruk op het ontwikkelen van standaard vaardigheden en te weinig cognitieve uitdaging. Cognitief overstijgt Simon op sommige vlakken het basisschoolniveau. Wordt dit kind geremd in zijn ontwikkeling omdat hij (door asynchrone ontwikkeling) nog niet zijn jas kan ophangen? Na nog een aantal gesprekken op school en aanbevelingen hoe om te gaan met Simon is het toch niet gelukt hem prettig te laten voelen op school. Hij moest zich te veel aan het systeem aanpassen en dat ging ten koste van zijn ontwikkeling.

Inmiddels is het gezin van Simon verhuisd naar België omdat zij daar thuisonderwijs kunnen geven aan hun kinderen. Simon programmeert in vijf computertalen, doet wiskunde en natuurkunde op 4-vwo niveau in het Engels en volgt universitaire cursussen in Computer Science. Op deze blog, geschreven door zijn moeder, kun je lezen wat Simon zoal doet: https://antwerpenhomeschooling.wordpress.com/

Heb je ook zo’n kind of leerling?

Alle kinderen zijn anders. Zo ook uitzonderlijk begaafde kinderen. Zij kunnen enorm van elkaar verschillen en hun asynchrone ontwikkeling kan het verschil nog groter maken dan bij gemiddeld begaafde of hoogbegaafde kinderen. Volgens een creatief uitzonderlijk begaafd kind is het enige absurde het gewone, de enige tweede taal is die ze zelf hebben bedacht en de meest belangrijke vraag is niet “Waarom?”  maar “Waarom niet?”. Op school kan onderwijs aan zo’n kind moeizaam verlopen. Leerkrachten en zorgteamleden beseffen vaak niet dat ook binnen het hoogbegaafdheidsspectrum enorme verschillen voorkomen. Een vergeten doelgroep binnen de groep hoogbegaafden is de groep met een IQ boven de 145. Met de WISC-test kun je niet hoger scoren dan 145+. Maar als een kind deze score haalt op een IQ-test kan een bedreven psycholoog de curve doortrekken en een IQ-schatting maken. Zo kan je 7-jarige dochter zomaar een geschat IQ hebben van 160.

Vergeleken met hoogbegaafde kinderen zijn de behoeften van uitzonderlijk begaafde kinderen extremer. Daarom is het nog belangrijker dat aan deze behoeften wordt voldaan. Het helpt als ouders zo veel mogelijk te weten komen over uitzonderlijke begaafdheid, zodat ze positief, begrijpend en ondersteunend kunnen zijn. Deze kinderen laten een asynchrone ontwikkeling zien. Als gevolg van hun grote cognitieve vermogens en hoge intensiteit ervaren ze de wereld én relateren ze zich tot die wereld op een unieke manier. Ze kunnen en willen veel sneller leren, leren heel anders dan een gemiddeld begaafd of hoogbegaafd kind en hebben behoefte aan veel meer diepgang. De enorme intensiteit kan zich uiten in een bovengemiddeld energieniveau, verbeelding, intellectuele mogelijkheden, sensitiviteit en emotionaliteit die niet typisch zijn voor een gemiddeld lid van de bevolking.

Niet iedereen over één kam scheren

Er moet een breed besef komen binnen het onderwijs dat er uitzonderlijk begaafde kinderen bestaan. Statistisch gezien gaat het om 0,05% van de mensen. Te weinig om aandacht aan te besteden, zou je denken. Maar voor een uitzonderlijk begaafd kind dat niet adequaat begeleid wordt en niet begrepen wordt, zijn de consequenties van inadequate begeleiding enorm. Een kind met een IQ van 160+ is net zo verschillend van een kind met een IQ van 130 als dát kind van een kind met een gemiddeld IQ. Ze hebben dus, net als hoogbegaafde kinderen, andere begeleiding en onderwijs nodig. Door hun unieke eigenschappen zijn uitzonderlijk begaafde kinderen bijzonder kwetsbaar.

De pogingen van de kleine alien in de film E.T. om terug te keren naar zijn eigen soort – ‘E.T. phone home!’ – ondanks de liefdevolle zorg van de familie die hem had opgevangen, waren hartverscheurend. Uitzonderlijk begaafde kinderen voelen vaak dezelfde pijn. Het is moeilijk voor hen om geestverwanten te vinden, moeilijk om te passen in de enige wereld die ze kennen. Thuis is vaak de enige plek waar ze zichzelf kunnen zijn.

Hoe kun je uitzonderlijke begaafdheid uitleggen?

Het is voor anderen vaak erg moeilijk om ook maar te begrijpen wat uitzonderlijke begaafdheid inhoudt. Een microscoop-analogie is een handige manier om dit uit te leggen aan bijvoorbeeld een leerkracht, maar ook aan familie en vrienden. Als we zeggen dat alle mensen de wereld zien door een lens, sommigen door troebele of vervormde lenzen, sommigen door heldere of zelfs vergrotende lenzen, zouden we kunnen zeggen dat hoogbegaafden de wereld bekijken door een microscoop en dat uitzonderlijk hoogbegaafden de wereld zien door een elektronenmicroscoop. Zij zien gewone dingen op heel andere manieren en zien vaak wat anderen niet kunnen zien. Dit heeft natuurlijk betrekking op figuurlijk zien: een uitzonderlijk begaafd, intens, hoogsensitief kind voelt, denkt en redeneert heel anders dan een gemiddeld mens.

* Hoogbegaafde kinderen zijn over het algemeen slecht te testen met een standaard IQ test.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren