Van alle definities van hoogbegaafde kinderen lijkt die Cathy Harrison een van de duidelijkste: “Een begaafd kind is iemand die presteert of in staat is op een niveau te presteren dat aanzienlijk hoger is dan zijn of haar chronologisch vergelijkbare leeftijdsgenoten en wiens unieke vaardigheden en kenmerken speciale voorzieningen en sociale en emotionele ondersteuning vereisen vanuit de familie-, gemeenschaps- en onderwijscontext’.”(2005, blz. 87)

Het is een van de weinige definities die de sociale en emotionele behoeften van hoogbegaafde kinderen omvatten, waardoor het uitgebreider wordt. Hoogbegaafdheid bestaat op alle gebieden, niet alleen academisch, en het kan zowel zichtbaar zijn in het proces als het product van een uitzonderlijke vaardigheid.

Er komen situaties voor waarbij een kind een stad creëert met een gedetailleerde infrastructuur in de zandbak en dat een ander kind een gat graaft in het midden van de ‘stad’ of een kind speelt in een denkbeeldig stuk over een speciaal dier met een eenvoudig touw en een ander kind grijpt het touw. Dan is het afgelopen met het fantasiespel. De reacties van het kind hierop kunnen uiteenlopen van zich terugtrekken, stilletjes huilen achter een struik op het speelterrein tot verontwaardiging en gewelddadige agressie, veroorzaakt door intense gevoelens en emoties die zo sterk en schijnbaar onverklaarbaar zijn dat het kind zichzelf niet kan troosten. Het vraagt om hulp en communiceert het verdriet op de een of andere manier naar anderen in de omgeving.

Heb je de folder over jonge (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen al gedownload?

Leerkrachten verwachten meestal niet dat een reactie van een kind zo dramatisch, zo extreem intens kan zijn, vooral als de reden daarvoor niet zo belangrijk lijkt. Hoe meer we de emotionele ontwikkeling en emotionele intensiteit van jonge hoogbegaafde kinderen in het algemeen begrijpen, hoe beter we in staat zijn om hen te begeleiden en te ondersteunen.

Wat maakt jonge hoogbegaafde kinderen zo anders dan hun leeftijdsgenoten?

Het verschil is niet alleen hun uitzonderlijke vermogen, maar ook het sociale gedrag en de intensiteit van hun beleving. Hoogbegaafde jonge kinderen kunnen overkomen als hyperactief, storend, lawaaierig, dramatisch, enorm opgewonden maar ook stil, verlegen, extreem huilerig, diep bedroefd, afhankelijk van hun temperament, hun omgeving en de emotionele toestand waarin ze zich bevinden (Probst & Piechowski, 2011).

Hoewel het gemakkelijk lijkt deze karakteristieken te hebben en te accepteren, is het veel moeilijker dan je zou denken om problemen die deze karakteristieken met zich meebrengen te tolereren en te accepteren: de intense emoties maken het zo moeilijk om in te passen, te socialiseren en vrienden te hebben (Piechowski, 2006). Doordat volwassenen de intensiteit niet begrijpen en berispen, bijvoorbeeld omdat het kind niet in staat is om stil te blijven zitten, kan het kind denken dat het stout, minderwaardig of zelfs dom is (Piechowski, 2006). Het is precies dat wat het kind zo opmerkzaam en creatief maakt en het kind tegelijkertijd ook erg intens en kwetsbaar maakt.

Erkenning, begrip en acceptatie voor wie ze zijn, kan een enorm verschil maken in het leven van hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen. Het zal deze kinderen ondersteunen, ze helpen groeien in vertrouwen en hen in staat stellen om te gaan met wat de toekomst voor hen zou kunnen betekenen. Hoogbegaafdheid en het gevoel anders te zijn, zijn voor het leven (Daniels & Meckstroth, 2009).

Wat zijn de emotionele problemen die zo’n impact hebben op het sociale leven van jonge hoogbegaafde kinderen?

Hoogbegaafde kinderen kunnen gemakkelijk gestimuleerd worden via hun interesses en ze kunnen intenser reageren op een activiteit die of onderwerp dat betrekking heeft op hun interesse. Deze stimulatie kan hun opwinding en enthousiasme zo sterk stimuleren dat deze kinderen het moeilijk vinden om zich aan sociale grenzen te houden; daarmee kan het kind zich druk, zeurderig, koppig of bazig gedragen of kan het simpelweg als uitzinnig worden gezien (Daniels & Piechowski, 2009).

Kazimierz Dabrowski (1902-1980), een Poolse psychiater en onderwijspsycholoog bestudeerde begaafde individuen en menselijke emoties, vooral met betrekking tot hoogbegaafdheid. Hij vond geïntensiveerde ervaringen, emoties, gevoelens, percepties en verbeeldingen bij de hoogbegaafden (zowel volwassenen als kinderen), die hen het vermogen gaven om te groeien naar hun volle potentieel, afhankelijk van hun mogelijkheden. Echter, met innerlijke groei is er vaak ook voortdurend sprake van vragen stellen over waarden en overtuigingen, die innerlijke conflicten en pijn kunnen veroorzaken (Daniels & Piechowski, 2009).

Lees hier meer over hooggevoeligheden (overexcitabilities)

Wat zijn mogelijke manieren om hoogbegaafde kinderen te helpen?

Het is van het allergrootste belang dat deze kinderen veel steun krijgen bij het ontwikkelen van zelfhulpvaardigheden en strategieën om het hoofd te bieden aan situaties waarin hun zintuigen eenvoudigweg de overhand nemen en overmatige emotionele stress veroorzaken. Het ene probleem oplossen is niet genoeg omdat ze zich herhaaldelijk in situaties bevinden die hun zintuigen overweldigen en er is niet altijd een ‘helpende hand’ beschikbaar. Het is daarom belangrijk dat het kind zelfsturing en zelfredzaamheid leert. Daarbij heeft het de hulp van volwassenen nodig.

Leerkrachten weten meestal niet hoe dit aangepakt kan worden. Je kunt artikelen lezen over intensiteit en hooggevoeligheid, maar het kan ook nodig zijn een externe specialist of een counselor voor het kind in te zetten. Hoogbegaafde of uitzonderlijk begaafde kinderen hebben een klik en een vertrouwensband nodig met een volwassene om te praten over dingen die ze leuk en niet leuk vinden. Ze hebben een plek nodig waar ze hun gevoelens kunnen herkennen en uiten en waar zonder oordeel naar hen geluisterd wordt. Kijk hier naar informatie over counseling.

Emotionele intensiteit

Emotionele intensiteit bestaat uit sterk geïntensiveerde gevoelens en emoties, die positief en negatief kunnen zijn. Hoogbegaafden kunnen zich heel goed bewust zijn van de gevoelens en emoties van anderen en zich identificeren met die gevoelens. Deze vorm van hooggevoeligheid is bijzonder complex en ook anders dan bij gemiddeld begaafde mensen (Piechowski, 2006; Daniels & Meckstroth, 2009).

Voor hoogbegaafde kinderen voelt het als een achtbaan, omdat emoties hoog en laag lopen, diep in extremen. Diepgevoelde droefheid kan in angst en wanhoop veranderen. Compassie voor anderen kan sterk gevoeld worden: ellende van daklozen, slachtoffers van natuurrampen of voor bijna uitgestorven diersoorten. Relaties zijn voor intense, hoogbegaafde mensen belangrijk en voelen diep aan. Deze relaties zijn niet noodzakelijkerwijs met leeftijdsgenoten. Zowel kinderen als volwassenen hebben sterke emotionele banden met specifieke personen, dingen, rituelen en tradities, zelfs omgevingen, waardoor ze verandering (van bijvoorbeeld omgeving of wegvallen van mensen) vaak emotioneel oprecht en intens beleven, wat kan leiden tot traumatische ervaringen.

Een kind dat zich zo voelt, begrijpt niet hoe de vriend waarmee hij gisteren speelde, vandaag niet langer een vriend is. Een situatie die zich vrij vaak voordoet in de kindertijd. Kinderen beginnen vast te stellen wat vriendschap eigenlijk betekent. Het kind troosten door erop te wijzen dat er veel andere kinderen zijn die vrienden kunnen zijn, is niet genoeg. Een hoogbegaafd kind heeft praktische handvatten nodig en een perspectief, anders voelt het zich eenzaam en niet begrepen. Een volwassene in zijn onderwijsomgeving kan een tijdje de rol van een vriend overnemen en geleidelijk andere kinderen zoeken en introduceren die vervolgens speelkameraadjes en zelfs vrienden kunnen worden. Dit proces kan meer tijd in beslag nemen dan verwacht, maar het is noodzakelijk en zeker waardevol voor toekomstig verdriet van geen vrienden hebben. De rol van de volwassene hierin kan worden gezien als die van een vriend en vangnet. Het is belangrijk dat hoogbegaafde kinderen een realistische kijk ontwikkelen op vriendschap en relaties. Hier hebben ze hulp van een begripvolle volwassene bij nodig, waarbij de volwassene het kind niet betuttelt maar juist weerbaar maakt.

Lees dit artikel Hoe kan mijn hoogbegaafde kind vrienden maken.

Als een kind een verdedigingsmuur om zich heen heeft gebouwd, zou je moeten nadenken hoe die muur daar gekomen is (Hamsikova, 2016).

Somatische expressies van emoties omvatten onder meer blozen, zweten, een ‘knoop’ in de maag voelen of hartkloppingen. Kinderen zijn misschien niet altijd in staat om uit te leggen wat ze voelen (Piechowski, 2006). Ze ‘voelen het gewoon’. Het is belangrijk dat een volwassene deze gevoelens erkent en dat deze persoon luistert. Door actief te luisteren kan de volwassene deze emoties herkennen en het kind ondersteunen bij het vinden van een manier om met de innerlijke onrust om te gaan (nooit bagatelliseren of wegwuiven). Kinderen zullen uiteindelijk hun unieke manieren ontwikkelen om uit te drukken hoe ze zich voelen. Met zorgzame ondersteuning en geduld zullen hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde jonge kinderen na verloop van tijd eigen coping-strategieën vinden (Daniels & Meckstroth, 2009).

Wat kunnen leerkrachten doen?

Actief luisteren is ook belangrijk als het gaat om gedragsproblemen. Onmacht met de situatie heeft de potentie om een woede-uitbarsting of een woedeaanval te worden. Het is belangrijk om het woedegevoel en het management ervan te erkennen. Kinderen moeten leren omgaan met de intense gevoelens van woede. Daniels en Meckstroth beschrijven het als een ‘delicate balans’ tussen het erkennen van het gevoel en het hanteren van de expressie daarvan (2009). We bezorgen kinderen een slechte dienst door hen negatieve gevoelens te laten uiten op manieren die sociaal ongepast zijn. Het is nog erger als die gevoelens van verontwaardiging en woede worden genegeerd en tot schade leiden. Hoe moeten kinderen overleven in een maatschappij waar sociale vaardigheden nodig zijn en waar het gebrek aan vaardigheden de deuren sluit (Fertig, 2009)?

Lees dit artikel Waarom lijken sommige hoogbegaafde kinderen lastig en inflexibel.

Een betere manier is om het kind te kalmeren, te erkennen wat het voelt (niet de reactie) en met het kind te werken door rustig te bespreken hoe de situatie positiever had kunnen worden afgehandeld, strategieën uit te werken voor vergelijkbare toekomstige situaties en, indien mogelijk, deze te modelleren door dramatisch spel. Een hoogbegaafd kind is nog steeds een kind en het omgaan met intense emoties en intense gevoelens, die misschien niet worden herkend voor wat ze zijn, maakt het nog moeilijker. Praten over gevoelens, uitleggen van een hele reeks gevoelens, zoals jaloezie, verdriet, eenzaamheid en frustratie zal het kind helpen om ze te identificeren en hij/zij kan met een volwassene werken om passende manieren te vinden om ermee om te gaan. Het kan goed werken om rekwisieten als poppen en boeken te gebruiken of om dramatisch spel rond gevoelens te verzinnen om de opvoeder hierin te ondersteunen. Door het een algemeen thema te maken, wordt iedereen aangesproken, inclusief en minder accusatief. Het kind kan ook leren hoe anderen zich voelen, wat de ontwikkeling van empathie bevordert en kan leiden tot een beter begrip van sociale vaardigheden in het algemeen (Daniels & Meckstroth, 2009).

Wees voorbereid, het kan een lang proces zijn. Het is echter de moeite waard en van onschatbare waarde voor het hoogbegaafde kind dat uitgroeit tot een hoogbegaafde volwassene en deze strategieën zijn leven lang nodig zal hebben.

Referenties:

Daniels, S. & Meckstroth, E. (2009). Nurturing the sensitivity, intensity, and developmental potential of gifted young children. In S. Daniels & M. Piechowski (Eds), Living with intensity (pp. 33 -56).  Scottsdale, AZ: Great Potential Press.

Fertig, C. (2009). Raising a gifted child. A parenting success handbook. Waco, TX:  Prufrock Press Inc.

Hamsikova, R. (2016). Hoogbegaafde kinderen versnellen niet. IEKU Advies. ISBN 978-90-804174-4-1.

Harrison, C. (2005). Young gifted children. Their search for complexity and connection. Australia: INSCRIPT Publishing.  Piechowski M.  (2006). “Mellow out” they say. If I only could. Intensities and sensitivities  of the young and bright. USA, Wisconsin: Yunasa Books.

Piechowski, M. M. (2006). “Mellow out,” they say. If I only could: Intensities and sensitivities of the young and bright. Madison, WI: Yunasa Books.

Probst, B. & Piechowski, M. (2011). Overexcitabilities and temperament. In T.L. Cross & J.R. Cross (Eds.). Handbook for counsellors serving students with gifts and talents (pp. 53 – 73). Waco, TX: Prufrock Press.

Verder leren? Vind hier meer boeken en cursussen