Leven voorbij de norm
Ik schrijf er heel vaak over: wanneer hoogbegaafde kinderen zich genoodzaakt voelen zich aan te passen aan het gemiddelde en overgeleverd worden aan het bewustzijnsniveau van een leerkracht, of begeleider in een peuterspeelzaal of een ander groepje, groeien ze op tot getraumatiseerde volwassenen. Waarom getraumatiseerd? Omdat hun energie vanaf kleins af aan beperkt wordt. De ouders laten het vaak toe, uit angst, opgebouwd door hun eigen aanpassing in de kindertijd, die ze nog steeds met zich meedragen en op hun kind projecteren. Het is een vicieuze cirkel. Een energetische rotonde die voorspelbaar gedrag en voorspelbare problematiek produceert.
Wat mij hierin raakt, is hoe vroeg dit proces al begint en hoe weinig taal we hebben ontwikkeld om het werkelijk te benoemen, omdat wat zich hier afspeelt niets te maken heeft met een gedragsprobleem of een tekort, maar met een diepgaande innerlijke aanpassing waarin een kind leert dat het volgen van zijn eigen energie risicovol is, terwijl tegelijkertijd het wantrouwen ervan veiligheid lijkt te bieden, en hoe ouders dit vaak toelaten vanuit een angst die zij zelf al dragen sinds hun eigen jeugd, een angst die nooit volledig is onderzocht en zich daarom stil voortzet, van generatie op generatie, totdat aanpassing wordt verward met zorg en inschikken met liefde.
In mijn werk en mijn denken ben ik steeds dieper gaan kijken naar wat er gebeurt wanneer levensenergie structureel wordt ingeperkt en fundamenteel verschoven naar een richting die beter past binnen het collectieve ritme dan bij het innerlijke weten van het individu, en wat dat doet met een zenuwstelsel dat oorspronkelijk was afgestemd op intens waarnemen, diep verbinden en betekenis geven, voorbij het zichtbare, voorbij het meetbare en voorbij wat maatschappelijk gemakkelijk te bevatten is.
Mijn verdieping in het werk van Carl Gustav Jung en Emma Jung heeft mij geholpen om deze processen beter te begrijpen en te verwoorden, omdat zij beiden zagen dat wat ooit werd benoemd als afwijking of ziekte, vaak gelezen moet worden als een signaal van een systeem dat onder druk staat, een innerlijke werkelijkheid die geen grondslag vindt en daarom via omwegen probeert te blijven bestaan, waarbij energie zich niet oplost, maar zich ophoopt en dichter wordt, qua moleculaire samenstelling, zich herhaalt en uiteindelijk tegen zichzelf aanloopt. Zo ontstaan ziektes en zo ontstaat ontbinding van het zelf.
Wanneer ik kijk naar wat vroeger hysterie werd genoemd, en waar vooral vrouwen onder schijnen te lijden, zie ik geen stoornis en geen pathologie, maar een menselijk systeem dat geen ruimte kreeg om zichzelf te zijn, een opeenstapeling van intellectuele, emotionele en lichamelijke energie die nergens heen kon en daarom zichtbaar werd in vormen die de omgeving wel kon benoemen, maar niet werkelijk begreep, en wanneer ik dit vertaal naar het heden, herken ik hetzelfde mechanisme in burnout, paniekklachten, chronische spanning en existentiële leegte, waarin mensen blijven functioneren terwijl hun innerlijke bron langzaam opdroogt en hun levensenergie zich steeds verder terugtrekt.
In mijn dagelijkse praktijk ontmoet ik veel hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde mensen, en wat hen verbindt, is niet een diagnose of een profiel of een label, maar een intensiteit die zich uitstrekt over denken, voelen en waarnemen, een energie die sneller beweegt dan de systemen waarin zij terechtkomen en die daardoor al vroeg leert zich aan te passen, zich te camoufleren en zichzelf te reduceren tot wat sociaal houdbaar voelt, terwijl de prijs daarvoor intern steeds hoger oploopt en steeds meer levensenergie vraagt.
Ik zie hoe ideeën worden ingeslikt voordat zij vorm kunnen krijgen, hoe tempo’s worden teruggebracht tot een maat die draaglijk of begrijpelijk is voor de omgeving, hoe morele gevoeligheid wordt afgevlakt om frictie te vermijden en hoe deze vorm van maskeren niet alleen ongelooflijk vermoeiend is, maar zeker ook diep ontwrichtend werkt, omdat levensenergie die oorspronkelijk bedoeld is voor creatie, verbinding en richting, wordt ingezet voor voortdurende zelfregulatie en zelfbeperking en voor overleving.
Bij vrouwen zie ik een verwante ontwikkeling, waarin de uiterlijke vrijheid is toegenomen, terwijl de innerlijke ruimte vaak onder druk blijft staan, omdat verwachtingen rondom zorg, harmonie en emotionele afstemming subtiel blijven doorwerken en omdat zichtbaarheid, kracht en directheid nog steeds anders worden gelezen, afhankelijk van wie ze belichaamt, waardoor energie voortdurend wordt aangewend om te balanceren, te anticiperen en te verzachten, ten koste van eigen ontwikkeling en innerlijke vrijheid. Wat mij hierin telkens opnieuw raakt, is hoe diep de boodschap doorwerkt dat het eigen wezen te veel zou zijn, dat intensiteit moet worden getemd om veilig te blijven, en hoe deze overtuiging zich vastzet in lichaam en geest, ook wanneer de oorspronkelijke omstandigheden al lang zijn veranderd, waardoor mensen zichzelf blijven begrenzen in situaties waarin vrijheid feitelijk beschikbaar is, maar innerlijk onveilig voelt.
Ik zie hoe lichaam en geest uiteindelijk reageren wanneer deze spanning te lang voortduurt, soms via uitputting, soms via onrust, soms via klachten die zich niet eenvoudig laten verklaren, en hoe deze reacties in feite een poging zijn van het energetische lichaam om gehoord te worden, om richting te vinden en om terug te keren naar een staat waarin energie weer kan stromen en weer kan worden ervaren als levensbron.
Mensen begeleiden in dit proces vraagt voor mij om aanwezigheid die niets corrigeert en niets afdwingt, om een open hart dat ruimte biedt aan wat zich aandient zonder het te willen sturen, en om een veilige plek te bieden waarin intensiteit mag bestaan zonder dat zij wordt gereduceerd tot iets wat moet worden beheerst, verklaard of genormaliseerd. Wanneer die ruimte er is, zie ik hoe maskers vanzelf worden doorzien en losgelaten, hoe energie ontspant wanneer zij wordt herkend, en hoe mensen zich herinneren wie zij waren voordat zij zichzelf leerden uitleggen, voordat zij hun innerlijke waarheid begonnen te vertalen naar wat acceptabel leek binnen systemen die hun wezenlijke ritme niet konden volgen.
De geschiedenis bevestigt voor mij wat ik dagelijks zie en ervaar. Wanneer mensen zichzelf langdurig aanpassen en kleinhouden voorbij hun essentie, reageert hun lichaam altijd, en hoewel de vorm waarin dat gebeurt verschilt per tijd en context, blijft de onderliggende grond dezelfde, omdat levensenergie altijd een weg zoekt en zich niet laat opsluiten zonder gevolg. Dus wat Jung met zijn vrouw bespraken, zouden ze nu nog steeds kunnen bespreken, want er leert zelden iemand van deze inzichten, omdat ze niet op zichzelf worden getoetst, maar op iets of iemand buiten onszelf. “Iemand” lost het op. Nee, dat is zeker niet zo. Wij lossen het op, ieder voor zichzelf, ieder individueel, zodat we iets anders teruggeven aan de totale energie dan eerst.
Datgene wat circuleert, daar zijn we ieder van ons afzonderlijk verantwoordelijk voor. Als hoogbegaafde mensen zich aanpassen aan het gemiddelde, blijft de energie van angst, met meer moleculaire dichtheid, circuleren en is er weinig ruimte voor vernieuwing, voor frisse lucht. Zodra je echter beseft dat je jouw oorspronkelijke essentie kunt, en moet, leven, klaart er iets op. Probeer het maar.
Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om dit zichtbaar te maken en te blijven benoemen, ook wanneer het pijn doet en ongemakkelijk voelt, omdat ik ervaar dat dit vuur gedragen moet worden, dit is de echte Olympische vlam, zolang er mensen zijn die zichzelf zijn kwijtgeraakt in het proces van aanpassing. Ik loop voorop waar taal ontbreekt, ik blijf staan waar stilte te lang heeft geduurd, ik draag het licht voor wie hun eigen intensiteit zijn gaan wantrouwen. Mijn werk, als kunstenaar en inspirator, beweegt zich daar waar innerlijke vrijheid opnieuw herinnerd wil worden, waar energie haar natuurlijke richting terugvindt en waar mensen zich mogen herinneren wie zij altijd al waren.
Wanneer ik alles samenbreng wat ik zie en ervaar, wordt steeds duidelijker hoe wezenlijk het is dat hoogbegaafde kinderen de ruimte krijgen om zichzelf te blijven, ook wanneer hun anders zijn het tempo of de verwachtingen van de omgeving overstijgt. Die energetische, niet beperkende ruimte ontstaat niet vanzelf en laat zich niet uitbesteden aan (onderwijs)systemen die daar niet op zijn afgestemd. De ouders hebben die taak, een ruimte creëren en voorleven. Ze kunnen dit niet overlaten aan het onderwijssysteem, daarvoor is een school niet geschikt. De basis wordt door ouders gelegd, omdat ouders een gelijkgestemde van het kind zijn. Dat vraagt aanwezigheid en moed, en vaak ook de bereidheid om eigen reacties, angsten en oude overtuigingen onder ogen te zien, om te voorkomen dat zij onbewust worden doorgegeven. In zo’n ruimte hoeft levensenergie zich niet in te houden om veilig te zijn en verliest wat ooit hysterie werd genoemd haar voedingsbodem, omdat energie kan blijven stromen in plaats van zich op te hopen.


