Wij hebben in Nederland de wet op passend onderwijs. Maar als sommige ouders passend onderwijs willen bieden aan hun hoogbegaafde kind zijn ze strafbaar. Dit is de paradox van het passend onderwijs op dit moment. Hoogbegaafde kinderen hebben speciale behoeften, maar de meesten beschikken over het talent om zich aan te kunnen passen. Maar deze aanpassing komt hen heel duur te staan. Als kinderen 50 of 60 IQ verschillen van hun klasgenoten en toch gedwongen worden mee te werken met methodes die zijn ontworpen voor gemiddelde kinderen kan dat psychische schade toebrengen aan deze kinderen.

Sommige ouders verlaten hierom Nederland en verhuizen naar België, Frankrijk, Zwitserland, Portugal, Noorwegen, zelfs Curacao, teneinde de cito-cultuur te ontvluchten. Zeer begaafde kinderen moeten namelijk voldoen aan de eisen van middelmatige toetsen die zijn ontworpen voor gemiddelde leerlingen en worden, als ze dat niet doen, niet toegelaten tot plusklassen, worden gezien als zwakke leerlingen, kortom: krijgen niet de hulp waar ze als hoogbegaafden recht op hebben. Als ouders dan op een gegeven moment besluiten hun doodongelukkig en depressief kind thuis te houden om naar andere oplossingen te zoeken, worden ze in sommige gevallen zelfs gemeld bij het Meldpunt voor Kindermishandeling, omdat de school vindt dat er sprake is van geestelijke mishandeling. Dit terwijl de ouders hun kind juist van school willen houden om te voorkomen dat het kind geestelijke schade oploopt.

Het is een heel vreemde situatie. Hoewel de Nederlandse wetgeving verplicht is het primair onderwijs (artikelen 8.1 en 8.2) aan leerlingen zo in te richten dat ze een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen in emotioneel, verstandelijk, creatief, kennis, sociaal, cultureel en lichamelijk opzicht, gebeurt dit blijkbaar systematisch niet voor cognitief hoogbegaafde leerlingen. Ook handhaving van deze wetgeving lijkt niet te gebeuren. Het is daarom noodzakelijk dat in ieder schoolteam ook de behoeftes van hoogbegaafde leerlingen aan de orde komen en dat men zich er niet van afmaakt met ‘ik heb nog 25 andere leerlingen in de klas’. Deze uitspraak geeft aan dat de leerkracht niet beseft dat hoogbegaafde leerlingen er niet vanzelf komen, maar dat ze ook instructie, aanmoediging en begeleiding nodig hebben en dat ze op hun eigen ontwikkelingsniveau onderwijs nodig hebben. Als je dit als leerkracht niet wilt zien en niet wilt bespreken in het team, ben je bewust een groep leerlingen aan het discrimineren.

Dit probleem is gemakkelijk op te lossen: namelijk de wet zo wijzigen dat maatwerk mogelijk is en dat ook hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Betrokkenheid van ouders moet in deze wetswijziging opgenomen worden.

Er is een wetswijziging nodig om het passend onderwijs aan hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen uit de illegaliteit te halen. Op dit moment zijn ouders strafbaar, maar eigenlijk zou de maatschappij in gebreke moeten worden gesteld.