Asynchronie kenmerk van hoogbegaafdheid
Perfectionisme komt voor bij hoogbegaafde volwassenen en kinderen. Perfectionisme en hoogbegaafdheid worden vaak in één adem genoemd, alsof zij vanzelfsprekend bij elkaar horen en alsof een mens met een scherp brein bijna automatisch de neiging zou hebben om alles foutloos te willen doen, terwijl deze gedachte, hoe vaak zij ook wordt herhaald in onderwijs, psychologie en populaire literatuur, eigenlijk berust op een misverstand over hoe uitzonderlijk begaafde kinderen en volwassenen de wereld ervaren en hoe gedrag ontstaat wanneer een mens langdurig moet functioneren in een omgeving die zijn manier van denken en waarnemen niet werkelijk begrijpt.
Wat in de praktijk perfectionisme wordt genoemd, blijkt zelden een aangeboren karaktertrek te zijn en nog minder een gevolg van intelligentie zelf, maar ontstaat veel vaker als een subtiele reactie op een werkelijkheid waarin een kind, vaak al op jonge leeftijd, begint te voelen dat zijn waarde niet vanzelfsprekend wordt herkend en dat hij op de een of andere manier moet laten zien dat hij goed genoeg is om erbij te mogen horen.
Wanneer we perfectionisme op deze manier bekijken, verschuift het perspectief van een individueel probleem naar een relationele dynamiek tussen een kind en zijn omgeving, omdat het niet langer alleen gaat over gedrag of persoonlijkheid, maar over de manier waarop een mens wordt gespiegeld in wie hij is.
Een baby hoeft niets te bewijzen om geliefd te zijn. Een baby hoeft niets te presteren om bestaansrecht te hebben. De ervaring van een baby is eenvoudig, direct en volledig aanwezig in het moment, omdat er nog geen onderscheid bestaat tussen wie hij is en wat hij doet, en juist die vanzelfsprekende eenheid tussen bestaan en waarde kan langzaam verschuiven wanneer een kind begint te ervaren dat erkenning, aandacht of waardering afhankelijk lijken te worden van wat hij laat zien.
Wanneer een hoogbegaafd kind herhaaldelijk hoort dat hij beter zijn best moet doen, dat hij slimmer is dan wat hij laat zien, dat hij hogere cijfers zou moeten halen of dat zijn talenten eigenlijk beter benut zouden moeten worden, ontstaat er een innerlijke strijd waarin het kind niet alleen probeert te begrijpen wat er van hem verwacht wordt, maar ook probeert te ontdekken wat hij moet doen om werkelijk gezien te worden.
Op dat moment wordt liefde niet langer vanzelfsprekend ervaren. Liefde wordt voorwaardelijk.
Ouders of leerkrachten willen niet bewust dat dit gebeurt, maar de structuur van verwachtingen en beoordelingen kan langzaam de boodschap overbrengen dat prestaties belangrijker zijn dan aanwezigheid. Wat later perfectionisme wordt genoemd, begint vaak precies hiermee. Het kind verlangt niet naar perfectie, maar naar veiligheid. Het voldoen aan verwachtingen biedt het kind een vals gevoel van veiligheid.
Stel je voor dat je zes jaar oud bent en uitzonderlijk begaafd, een kind dat al vroeg heeft ervaren dat denken niet alleen een hulpmiddel is om informatie te verwerken, maar een natuurlijke beweging van nieuwsgierigheid die voortdurend verbanden wil ontdekken, vragen wil stellen en de wereld wil begrijpen in haar volledige complexiteit. Je hebt jezelf twee jaar geleden leren lezen, grotendeels uit eigen interesse, omdat woorden en zinnen voor jou geen abstracte symbolen zijn maar toegangspoorten tot kennis, verhalen en ideeën die een wereld openen die groter is dan wat er in een klaslokaal wordt besproken. Thuis stel je vragen over geschiedenis, over menselijke keuzes, over de oorzaken van conflicten tussen landen en mensen, en wanneer je bijvoorbeeld hoort over de Tweede Wereldoorlog, wil je niet alleen weten wat er gebeurd is, maar vooral hoe het mogelijk was dat mensen tot zulke beslissingen kwamen en of zoiets opnieuw zou kunnen gebeuren.
Je denkt in verbanden en in systemen en je probeert te begrijpen hoe gebeurtenissen samenhangen. Wanneer je vervolgens naar school gaat, kom je terecht in een omgeving waarin onderwijs wordt georganiseerd rond gemiddelde ontwikkelingslijnen, methodes en stappenplannen die ontworpen zijn voor een tempo van denken dat voor veel kinderen passend is, maar dat voor een uitzonderlijk begaafd kind vaak onnatuurlijk traag en fragmentarisch voelt. De leerkracht praat tegen je op een manier die vereenvoudigd is, niet omdat zij je wil onderschatten maar omdat zij gewend is te werken binnen een pedagogisch kader waarin jonge kinderen stap voor stap vaardigheden leren door middel van herhaling en instructie. Je krijgt werkbladen waarop je binnen lijntjes moet kleuren, letters moet overtrekken en eenvoudige opdrachten moet uitvoeren die vooral bedoeld zijn om te controleren of je een bepaalde procedure begrijpt.
Terwijl je daar zit met een potlood in je hand, voel je dat er iets niet klopt, niet omdat je niet wilt meedoen, maar omdat de opdrachten die voor je liggen geen verbinding lijken te hebben met de vragen die jouw denken werkelijk bezighouden. Je probeert je aan te passen. Je doet wat er gevraagd wordt. En toch voelt het alsof je een rol speelt in een systeem dat niet werkelijk aansluit bij hoe jouw denken werkt. Wanneer je vervolgens een lage score krijgt op een taaltoets, terwijl je al jaren leest en woorden kent die je klasgenoten nog nooit hebben gehoord, ontstaat er een moment van verwarring dat voor volwassenen nauwelijks zichtbaar is maar voor een kind een diepe indruk kan achterlaten.
Het systeem zegt dat je iets niet kunt. Jij ervaart dat je het wel begrijpt.
Een zesjarig kind heeft nog niet de cognitieve afstand om te concluderen dat een toets misschien niet meet wat hij werkelijk kan of dat een onderwijsstructuur niet altijd aansluit bij alle manieren van denken.
Daarom wordt de verklaring bijna automatisch naar binnen gericht. De gedachte die zich vormt is eenvoudig: er klopt iets niet met mij.
Wanneer dit soort ervaringen zich herhalen, wanneer een kind merkt dat zijn vragen niet worden opgepakt, dat zijn manier van denken niet wordt herkend en dat zijn prestaties niet overeenkomen met wat hij van binnen ervaart, kan er langzaam een verschuiving plaatsvinden in het zelfbeeld.
Wanneer perfectionisme wordt besproken in relatie tot hoogbegaafdheid, wordt vaak aangenomen dat het een gevolg is van hoge intelligentie, alsof een mens die veel kan ook vanzelf de neiging heeft om foutloos te willen functioneren. In werkelijkheid ontstaat perfectionisme veel vaker in situaties waarin een uitzonderlijk begaafd kind langdurig moet functioneren in een omgeving die zijn manier van denken, voelen en waarnemen niet werkelijk begrijpt.
Uitzonderlijk begaafde kinderen ervaren de wereld vaak met een hoge mate van intensiteit en complexiteit, waardoor zij niet alleen sneller verbanden leggen maar ook subtiele patronen herkennen in gedrag, verwachtingen en communicatie van volwassenen. Wanneer zij herhaaldelijk merken dat hun vragen worden vereenvoudigd of dat hun manier van denken niet wordt gevolgd, ontstaat er een spanning tussen hun innerlijke werkelijkheid en de structuur van de omgeving waarin zij functioneren.
Veel onderwijsstructuren zijn gebaseerd op lineair leren, terwijl uitzonderlijk begaafde kinderen vaak top down denken, waarbij zij eerst het geheel willen begrijpen voordat zij de afzonderlijke stappen analyseren. Wanneer een kind dat gewend is om in verbanden te denken wordt gevraagd om voortdurend in kleine stappen te werken zonder dat het grotere geheel zichtbaar wordt, kan het gevoel ontstaan dat zijn manier van denken niet klopt.
Om alsnog te passen binnen de verwachtingen van de omgeving kan het kind proberen alles zo goed mogelijk te doen volgens de regels van dat systeem.
Wat later perfectionisme wordt genoemd, is dan vaak een poging om grip te houden op een werkelijkheid die innerlijk niet logisch voelt.
Wanneer deze dynamiek zich jarenlang herhaalt, kan perfectionisme ook in het volwassen leven zichtbaar blijven, vaak in vormen die voor de buitenwereld nauwelijks problematisch lijken omdat zij juist worden geïnterpreteerd als kwaliteiten zoals discipline, betrouwbaarheid en hoge standaarden. Veel uitzonderlijk begaafde volwassenen functioneren op een niveau waarop zij verantwoordelijkheid serieus nemen, zorgvuldig werken en complexe problemen kunnen analyseren, waardoor hun perfectionisme niet onmiddellijk wordt herkend als een overlevingsstrategie maar eerder als een teken van professionaliteit.
Toch beschrijven veel van hen een innerlijke druk die moeilijk uit te leggen is aan mensen die deze ervaring niet kennen.
Zij voelen een voortdurende neiging om alles goed te willen doen, om fouten te voorkomen en om zichzelf kritisch te blijven evalueren, zelfs wanneer hun omgeving juist tevreden is over hun werk.
Deze innerlijke druk heeft vaak weinig te maken met ambitie of competitie.
Veel vaker is het een echo van een vroegere ervaring waarin iemand heeft geleerd dat erkenning afhankelijk was van wat hij liet zien. Wanneer een mens jarenlang heeft geprobeerd te voldoen aan verwachtingen die niet werkelijk bij hem passen, kan het moeilijk zijn om opnieuw te ontdekken wat hij zelf belangrijk vindt.
Sommige volwassenen reageren daarop door extreem hard te werken, anderen vermijden situaties waarin zij beoordeeld kunnen worden en weer anderen proberen een leven op te bouwen waarin zij zoveel mogelijk autonomie hebben, zodat zij minder afhankelijk zijn van systemen die hun manier van denken niet begrijpen.
Perfectionisme verdwijnt zelden doordat iemand besluit minder streng te zijn voor zichzelf of doordat iemand leert efficiënter te werken.
Het verdwijnt wanneer een mens begint te herkennen dat zijn waarde nooit werkelijk afhankelijk is geweest van prestaties, erkenning of goedkeuring van buitenaf.
Wanneer een kind of volwassene opnieuw begint te voelen dat zijn bestaan op zichzelf betekenis heeft en dat zijn waardigheid niet voortkomt uit cijfers, beoordelingen of verwachtingen van anderen, ontstaat er een fundamentele verschuiving in hoe hij naar zichzelf kijkt.
Daar wordt zichtbaar dat perfectionisme nooit een karaktereigenschap was.
Het was een strategie. Een poging om veiligheid te vinden in een omgeving waarin authenticiteit niet vanzelfsprekend werd herkend. Wanneer een mens opnieuw leert voelen dat hij goed is zoals hij is, ontstaat er iets dat veel krachtiger is dan perfectie.
Er ontstaat innerlijke vrijheid.