Een grote denkfout over hoogbegaafde kinderen is dat ze te allen tijde in de klas uitblinken. Ze zouden aan de lippen van de leerkracht hangen en gek zijn op alle opdrachten en huiswerk. Dit gaat misschien op voor sommige hoogbegaafde kinderen, maar het is geen typisch gedrag. In werkelijkheid zijn veel hoogbegaafde leerlingen juist het tegenovergestelde: ze letten niet op, maken hun huiswerk niet of ze maken het wel en vergeten het vervolgens in te leveren.

Oorzaken van concentratieproblemen

In de meeste gevallen beginnen concentratieproblemen niet direct nadat het kind in de kleuterklas komt. Ze beginnen vaak vol verwachting aan hun eerste schooljaar en willen leren. Wat de meeste hoogbegaafde kinderen te “leren” krijgen zijn zaken die ze al kennen. Een vijfjarige die al op AVI-III niveau kan lezen moet bijvoorbeeld tóch meedoen met de les “letter van de week”. Maar ook al lezen ze nog niet en is de informatie tijdens een schooldag nieuw voor hen, leren hoogbegaafde kinderen sneller dan gemiddeld begaafde kinderen. Een gemiddeld kind heeft 9 tot 12 herhalingen nodig van nieuwe leerstof, begaafde kinderen ongeveer 6 tot 8 en hoogbegaafde kinderen leren nieuwe concepten na slechts 1 of 2 herhalingen.

De meeste kinderen in de klas beschikken over een gemiddelde intelligentie en daar is het onderwijs op ingericht. Dat betekent dat als een kind met een ontwikkelingsvoorsprong in de kleuterklas komt en nog niet kan lezen, is één hele week om één letter te leren  onnodig. Deze lessen kunnen heel frustrerend worden. De hersenen worden niet aan het werk gezet, het kind gaat zich vervelen, luistert niet goed en let niet meer op.

Hoogbegaafde kinderen moeten intellectueel gestimuleerd worden. Als dat niet (voldoende) gebeurt zullen ze niet opletten in de klas. De dagen worden geestdodend en saai en de gedachten dwalen af naar veel interessantere gedachten. Ze kunnen zich niet concentreren op wat de leerkracht vertelt of vraagt. Soms lijken deze kinderen te dagdromen; ze staren uit het raam en het lijkt alsof ze buiten willen spelen. Dat kan het geval zijn, maar het kind kan net zo goed vogels observeren en nadenken over hoe ze vliegen of naar vallende bladeren kijken en zich afvragen wat de bladeren doet loskomen van de boom. Deze gedachten zijn interessanter dan wat de leerkracht vertelt. Niet omdat deze kinderen onbeleefd zijn, maar omdat ze een groot deel van wat verteld en gedaan wordt al weten.

Onoplettendheid versus multitasking

Verrassend genoeg kunnen hoogbegaafde kinderen toch volgen wat de leerkracht zegt en opkijken als de leerkracht hen aanspreekt. Voor de leerkracht lijkt het alsof hij niet oplet, maar het kind geeft meestal direct een antwoord op de vraag. Het is ook mogelijk dat het kind zich zo in zijn eigen wereld heeft teruggetrokken, dat hij de leerkracht niet eens hoort, ook al wordt zijn naam geroepen.

Voor de leerkracht lijkt het vaak alsof het kind niet in leren is geïnteresseerd, maar het tegenovergestelde is meestal waar. Het kind is zeer geïnteresseerd in leren, snakt naar nieuwe kennis en ideeën, maar kent al het materiaal dat behandeld wordt en leert daarom niets nieuws in de klas. Het kind vlucht telkens in zijn eigen wereld, wat zo typerend is voor hoogbegaafde kinderen.

Praten met de leerkracht

Hoogbegaafde kinderen die voldoende uitgedaagd worden in de klas hebben zelden last van concentratieproblemen. Het kan moeilijk zijn de leerkracht te overtuigen dat concentratieproblemen te maken hebben met te weinig uitdaging. Leerkrachten die niet bekend zijn met de behoeften van hoogbegaafde kinderen (en dat zijn de meesten) begrijpen vaak wel dat kinderen geen aandacht schenken aan de les als ze het NIET snappen, maar begrijpen niet dat hoogbegaafde kinderen hun aandacht verliezen als ze het juist WEL snappen.

De eerste stap naar de oplossing van dit probleem is praten met de leerkracht. De meeste leerkrachten willen het beste voor hun leerlingen, maar soms is een gesprek nodig waarin je bespreekt wat jouw kind specifiek nodig heeft. Het is beter om tijdens zo’n gesprek de woorden “verveeld” en “hoogbegaafd” te vermijden. Als ouders aan de leerkracht vertellen dat hun kind zich verveelt, kan de leerkracht defensief reageren. De meeste leerkrachten werken tenslotte hard om kinderen iets te leren. De leerkracht kan de opmerking dat het kind zich verveelt interpreteren als kritiek op zijn onderwijscapaciteit, ook al gelooft de ouder dat het daar niet aan ligt. Het woord “hoogbegaafd” heeft een bepaalde lading; wanneer ouders aan de leerkracht vertellen dat hun kind hoogbegaafd is, kan de leerkracht denken dat de ouders hun kind ten onrechte geweldig vinden. Dit kan zeker het geval zijn als het kind op school niet laat zien wat het kan (dit begint soms al in de kleuterklas).

Tijdens een gesprek met de leerkracht kunnen ouders praten over hun kind als over een individu en over de behoeften als over individuele behoeften. Ouders kunnen bijvoorbeeld vertellen dat hun kind het beste werkt als het uitgedaagd wordt op zijn niveau of dat hun kind meer lijkt op te letten als het werk moeilijker is. Als de leerkracht twijfelt, kunnen ouders vragen de nieuwe strategie toch te proberen en dan te kijken of het werkt.

Het is de zaak aandacht te houden voor de individuele leerbehoeften van de leerling en te proberen samen te werken met de leerkracht. Direct vertellen dat je kind hoogbegaafd is kan averechts werken en de aandacht afleiden van waar het echt om gaat, namelijk de behoeften van het kind.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen en ik lees graag jouw reactie op dit artikel.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren