Onderzoek heeft aangetoond (Webb & Latimer, 1993)) en het blijkt ook uit mijn eigen praktijk dat er kinderen zijn die de diagnose ADHD krijgen, terwijl ze slechts hoogbegaafd zijn. Ze reageren met hun “druk” gedrag op een ongeschikt onderwijsaanbod.

De sleutel om ADHD en hoogbegaafdheid te onderscheiden is algemeen verspreid “acting out” gedrag (Engelse term voor gedrag waarbij een persoon destructief en agressief handelt, zonder rekening te houden met de negatieve gevolgen daarvan – een grote mond opzetten, stoer doen en andere kinderen pesten).

Als dit gedrag betrekking heeft op een bepaalde situatie, kan het gedrag van het kind meer gerelateerd zijn tot hoogbegaafdheid; terwijl als het gedrag consistent is tijdens alle situaties, kan het gedrag gerelateerd zijn aan ADHD. Het is ook mogelijk dat het kind zowel hoogbegaafd is als ADHD heeft. De volgende opsomming geeft de overeenkomsten tussen hoogbegaafdheid en ADHD weer:

Karakteristieken van hoogbegaafde leerlingen die zich vervelen

  • slechte concentratie en dagdromen
  • lage doorzettingsvermogen bij taken die irrelevant lijken
  • start met veel projecten, maakt weinig af
  • ontwikkeling van oordeelvorming loopt achter bij de intellectuele groei
  • diepe concentratie kan leiden tot machtstrijd met de leerkracht
  • hoge activiteitsniveau; kan vaak toe met minder slaap
  • vindt het moeilijk te zwijgen (wil blijven praten); kan verstorend zijn
  • raakt zijn werk kwijt, vergeet huiswerk, is ongeorganiseerd
  • lijkt zorgeloos
  • erg gevoelig voor kritiek
  • vertoont niet altijd probleemgedrag
  • meer consistente mate van presteren bij een redelijk consistente tempo

 

Bron: Cline, 1999; Webb & Latimer, 1993)

Karakteristieken van leerlingen met ADHD

  • slechte aanhoudende concentratie
  • verminderde doorzettingsvermogen bij opdrachten die niet onmiddellijke consequenties hebben
  • wisselen vaak van een onafgemaakte taak naar een andere
  • impulsiviteit, slecht in uitstel van bevrediging
  • houdt niet van opdrachten die het gedrag in sociaal context regulieren of verbieden
  • meer actief, rustelozer dan andere kinderen
  • praat vaak overdreven veel
  • verstoort vaak of onderbreekt anderen
  • moeite zich te houden aan regels en voorschriften
  • verliest vaak dingen die nodig zijn voor taken of activiteiten thuis of op school
  • kan lijken dat hij geen aandacht voor detail heeft
  • heel gevoelig voor kritiek
  • probleemgedrag bestaat in iedere omgeving, maar in sommige omgevingen is het gedrag erger
  • veranderlijkheid in taakuitvoering en de tijd die gebruikt wordt om taken af te krijgen

 

Bron: Barkley, 1990; Cline, 1999; Webb & Latimer, 1993) (Barkley, 1990; Cline, 1999; Webb & Latimer, 1993