Een ervaring als identiteit
De eerste weken van het nieuwe schooljaar zijn begonnen en bij veel moeders van hoogbegaafde kinderen dient zich inmiddels een bekend probleem aan. Je kind wil niet naar school, wordt ’s ochtends boos of verdrietig, krijgt buikpijn of hoofdpijn, slaapt slechter, is na school volledig uitgeput of laat thuis gedrag zien waarvan je tijdens de vakantie nauwelijks iets merkte. Je ziet dat je kind niet lekker in zijn vel zit en tegelijkertijd weet je dat morgen de wekker weer gaat en dat er opnieuw een schooldag voor de deur staat.
Als beschermende moeder schiet je gemakkelijk in de actiestand. Je wilt bellen met de intern begeleider, afspraken maken met de leerkracht, het programma aanpassen, meer uitdaging regelen, minder herhaling, meer autonomie en vooral het onderwijs zo ‘passend’ maken dat jouw kind er wél in kan functioneren. Je zet alles op alles om het systeem zo te boetseren dat jouw kind er alsnog in past, terwijl je nauwelijks stilstaat bij de veel fundamentelere vraag die onder al die inspanningen ligt: waarom vind jij eigenlijk dat jouw kind in dit systeem moet blijven passen?
Het is logisch dat we gaan sleutelen aan het onderwijs, omdat we zelf zijn opgegroeid met het idee dat school de route is, dat kinderen daar horen te zijn, dat ontwikkeling volgens een bepaalde lijn verloopt en dat problemen die binnen het onderwijs ontstaan ook binnen datzelfde onderwijs moeten worden opgelost. Als een hoogbegaafd kind vastloopt, proberen ouders de leerkracht ervan te overtuigen wat het nodig heeft, voeren ze gesprekken met intern begeleiders en directies, zoeken ze naar aanpassingen en uitzonderingen en proberen ze binnen de bestaande kaders voldoende ruimte te creëren om hun kind weer te laten functioneren. Ze gaan het gevecht aan met de buitenwereld, terwijl het uitgangspunt van waaruit ze dat gevecht voeren vrijwel altijd onaangeroerd blijft.
Want wat je dan gemakkelijk over het hoofd ziet, is dat je zelf onderdeel bent van precies dat systeem waartegen je strijdt. De ouder is namelijk uiteindelijk degenen die het kind iedere ochtend opnieuw naar school brengt en daarmee, bewust of onbewust, bevestigt dat het dáár moet functioneren. Je kind kiest de school niet, bepaalt het onderwijssysteem niet en neemt niet het besluit dat het ondanks buikpijn, uitputting, verveling, frustratie of voortdurende aanpassing toch iedere dag terug moet. Dat besluit neem jij als ouder, en daarmee begint jouw verantwoordelijkheid veel eerder dan bij het gesprek met de leerkracht over wat er op school zou moeten veranderen.
Zolang jij probeert de leerkracht, de school of het onderwijs te veranderen zodat jouw kind er alsnog binnen kan functioneren, zonder de overtuiging te onderzoeken dat het daar überhaupt in zou moeten functioneren, bevestig je uiteindelijk hetzelfde uitgangspunt als het systeem: je moet er uiteindelijk wél in passen. Je kunt je dan verzetten tegen de manier waarop school met je kind omgaat, terwijl je tegelijkertijd vasthoudt aan het idee dat school de noodzakelijke werkelijkheid is waarbinnen de oplossing gevonden moet worden. Je bestrijdt het keurslijf en houdt je kind er tegelijkertijd in.
Een hoogbegaafd kind dat klem zit, reageert niet uitsluitend op een leerkracht die het onvoldoende begrijpt, op leerstof die te gemakkelijk is of op een programma dat onvoldoende uitdaging biedt. Het reageert op de beklemming van een systeem waarin tempo, inhoud, ontwikkeling, aanwezigheid en gedrag voor een belangrijk deel van buitenaf worden bepaald en waarin zijn natuurlijke manier van denken, leren en waarnemen telkens botst met kaders die voor een grote groep kinderen zijn bedacht. Natuurlijk kun je binnen die kaders meer uitdaging organiseren, compacten, verrijken, versnellen, een plusklas inzetten of individuele afspraken maken en daarmee tijdelijk daadwerkelijk iets verbeteren, maar
wanneer het fundamentele probleem de kaders zelf zijn, ben je uiteindelijk alleen aan het onderhandelen over de afmetingen van de kooi. Iets meer ruimte is nog steeds een kooi.
En precies daar wordt het noodzakelijk om niet uitsluitend naar school te kijken, maar ook naar jezelf, want de overtuigingen die het systeem in stand houden bevinden zich niet alleen in beleidsstukken, schoolgebouwen en hoofden van leerkrachten. Ouders dragen ze zelf mee. Een kind hoort naar school, een kind moet leren functioneren in een groep, een kind heeft diploma’s nodig, een kind moet leren omgaan met verveling en een kind kan nu eenmaal niet altijd doen wat het zelf wil. Het zijn ideeën die zo diep in de voorstelling van opvoeding en ontwikkeling zijn doorgedrongen dat ouders ze nauwelijks nog als ideeën herkennen.
Ze zijn werkelijkheid geworden, omdat bijna iedereen om je heen ze als werkelijkheid beschouwt.
Er bestaat een mooi Engels woord voor wat daarvoor nodig is: dismantling, ontmantelen. Niet onmiddellijk een nieuwe oplossing bedenken, een volgend plan maken of een andere deskundige inschakelen, maar uit elkaar halen wat je zelf als vanzelfsprekend bent gaan beschouwen en onderzoeken welke overtuigingen ten grondslag liggen aan de angst die ontstaat zodra jouw kind niet meer naar school wil. Waar ben je werkelijk bang voor wanneer je kind de gebruikelijke onderwijsroute niet kan of wil volgen, welk beeld heb je van een geslaagde ontwikkeling, wat geloof je over diploma’s, toekomst, veiligheid en deelname aan de maatschappij, en hoeveel van die ideeën heb je ooit werkelijk zelf onderzocht?
In een inspirerende kijk op energetische patronen wordt daarover gezegd:
Wanneer je begrijpt dat de kooi, of de kooien, die je op bepaalde gebieden van je leven ervaart door jezelf zijn gecreëerd, begrijp je ook dat je ze zelf kunt ontmantelen.
De beklemming die jij als moeder of vader voelt wanneer je kind ’s ochtends niet naar school wil, de drang om onmiddellijk een oplossing te vinden, de behoefte om de leerkracht te overtuigen en de angst voor wat er gebeurt als je kind niet meer meedraait, staan rechtstreeks in verbinding met de kaders die jij zelf hebt opgebouwd of overgenomen over onderwijs, ontwikkeling, succes, verantwoordelijkheid en veiligheid. Zolang je die overtuigingen niet ontmantelt, blijf je vanuit precies dezelfde conceptuele werkelijkheid handelen als het systeem waarvan je tegelijkertijd verlangt dat het jouw kind anders behandelt.
Het keurslijf waarin je kind vastloopt, wordt niet alleen door school in stand gehouden; jij houdt een deel ervan zelf in stand zolang je blijft geloven dat je kind erin moet passen.

Wat gebeurt er wanneer je stopt met al je aandacht te richten op het overtuigen van de leerkracht en het aanpassen van de buitenwereld, en eerst onderzoekt welke overtuigingen in jou ervoor zorgen dat je het bestaande systeem nog altijd als noodzakelijk uitgangspunt beschouwt?
Zodra jij de diepe overtuiging loslaat dat het welzijn en de toekomst van jouw kind afhankelijk zijn van zijn vermogen om binnen het onderwijssysteem te functioneren, verandert ook de betekenis die je aan school geeft. School is niet langer de werkelijkheid waaraan alles ondergeschikt moet worden gemaakt en je kind hoeft niet meer te presteren, zich aan te passen of iedere dag opnieuw te bewijzen dat het binnen die werkelijkheid kan functioneren om jou gerust te stellen.
Zolang jij de leerkracht, intern begeleider of school nodig hebt om iets te begrijpen, te erkennen of te veranderen voordat er rust kan ontstaan, leg je een wezenlijk deel van jouw eigen positie als ouder buiten jezelf. Wanneer je de overtuigingen ontmantelt die jou afhankelijk maken van het systeem, ontstaat er ruimte om zelf te kijken, zelf af te wegen en zelf besluiten te nemen vanuit wat jij werkelijk ziet bij jouw kind, ook wanneer die besluiten buiten de gebruikelijke kaders vallen.
Wanneer jij niet meer vanuit angst probeert je kind geschikt te maken voor een werkelijkheid waarin het vastloopt, verandert ook wat het thuis aantreft. Thuis hoeft het niet opnieuw besproken, geanalyseerd, bijgestuurd en voorbereid te worden om de volgende dag beter te functioneren. Het mag een plek zijn waar je kind gewoon kan zijn wie het is, met zijn eigen manier van denken, voelen en kijken naar de wereld. Waar nieuwsgierigheid geen leerdoel nodig heeft, interesses niet nuttig hoeven te zijn en ontwikkeling geen vooraf bepaalde lijn hoeft te volgen.
Wanneer je kind ’s ochtends opnieuw zegt dat het niet naar school wil en je merkt dat je onmiddellijk wilt bellen, mailen, regelen, overtuigen en aanpassen, stel jezelf dan eerst deze vragen:
Het hoogbegaafde kind is niet gekomen om in het systeem te passen. Het legt met zijn intensiteit, autonomie, gevoeligheid, intelligentie en afwijkende manier van waarnemen genadeloos bloot waar de kaders te krap zijn, en daarmee legt het tegelijkertijd bloot welke van die kaders wij als volwassenen zelf nog altijd als vanzelfsprekend beschouwen. Als ouder kun je blijven sleutelen aan het systeem, blijven overtuigen, blijven onderhandelen en blijven zoeken naar voldoende ruimte binnen de bestaande kaders, of je kunt de overtuigingen ontmantelen waardoor jij zelf bent gaan geloven dat jouw kind binnen die kaders moet passen.
Want zolang jij het keurslijf als noodzakelijk beschouwt, blijft jouw kind erin zitten.
Het ontmantelen van overtuigingen die je zelf jarenlang als vanzelfsprekend hebt beschouwd, vraagt dat je bereid bent anders te kijken en nieuwe informatie toe te laten, juist wanneer die botst met wat je altijd hebt geleerd over onderwijs, opvoeding en hoogbegaafdheid. Je hoeft dat onderzoek niet alleen te doen. In mijn online modules en live masterclasses bied ik je andere perspectieven en mijn jarenlange ervaring met hoogbegaafde kinderen en volwassenen, zodat je steeds beter zelf kunt zien wat er werkelijk aan de hand is en van daaruit je eigen keuzes kunt maken.
Bekijk de online modules en live masterclasses
Sommige inzichten lees je één keer, andere inzichten wil je iedere dag opnieuw tegenkomen.
Daarom hoort bij ieder onderzoek een Digitaal Anker en een Veldkaart.
Digitaal Anker
Gebruik dit als achtergrond op je telefoon, zodat de kern van dit onderzoek je dagelijks herinnert aan wat werkelijk belangrijk is.
Veldkaart
Een visuele samenvatting van de belangrijkste inzichten uit dit onderzoek.
Geschikt om te bewaren of uit te printen.