Ik word altijd boos en verdrietig tegelijk als ik een leerkracht hoor zeggen: “hij voldoet niet aan de toelatingseisen van onze plusklas”. Die toelatingseisen zijn dan: een IQ boven de 130, zichtbare motivatie en creativiteit. Zo’n leerkracht ziet een kind, waarvan de ouders zeggen dat het hoogbegaafd is, maar dat in de ogen van de leerkracht niet gemotiveerd is en geen creativiteit toont. De veronderstelling dat een hoogbegaafd kind aan deze drie kenmerken voldoet, is gebaseerd op het model van Renzulli. Misschien heb je verschillende modellen van hoogbegaafdheid gezien en over de bijbehorende theorieën gelezen. In de praktijk heb je er niet zo veel aan.

Het nadeel van het klakkeloos overnemen van modellen van hoogbegaafdheid is dat kinderen die de hulp het meest nodig hebben, overgeslagen worden. Men past zo’n model toe zonder te weten wat hoogbegaafdheid werkelijk is. Een hoogbegaafd kind dat verkeerd getest is (en daar ken ik er talloze van) wordt niet toegelaten in een plusklas omdat het tijdens de IQ test niet de voorgeschreven 130 IQ haalde. Een hoogbegaafd kind wordt ook niet toegelaten als het de motivatie om te leren niet laat zien, met andere woorden als het niet voor alle vakken A’s scoort (terwijl het een gegeven is dat de meeste hoogbegaafde kinderen onderpresteren). En over creativiteit wil ik het niet eens hebben, want niet alleen is dat erg moeilijk te toetsen in een met lesmethodes afgebakende omgeving, maar vaker nog wordt het niet eens herkend en ziet men alleen dat het kind “zich niet aan de opdracht houdt”.

Dit betekent dat kinderen die de speciale aandacht het meest nodig hebben – de hoogbegaafde kinderen dus – niet van de voorzieningen gebruik mogen maken die juist voor hen bedoeld zijn. Deze kinderen worden niet (h)erkend omdat ze onderpresteren en blijven onderpresteren omdat ze niet (h)erkend worden. Een deprimerende vicieuze cirkel.

De realiteit

De beperkte wiskundige formule [HB=IQ boven 130 + motivatie + creativiteit] leidt tot twee soorten hoogbegaafde kinderen: zij die mogen en zij die niet mogen meedoen aan verrijkingsprogramma’s of plusklassen. Ik begrijp heus wel welke reden achter dit proces zit. Toetsen en testen is op zich geen verkeerde manier om mee te beginnen. Het wordt pas een probleem als testresultaten het enige criterium worden voor de toelating tot verrijkingsprogramma’s en als men de ouders negeert.

Sommige kinderen doen het niet goed tijdens een test, sommigen zijn inmiddels zo gedemotiveerd dat ze niet willen meewerken, bij andere kinderen worden de testresultaten verkeerd geïnterpreteerd. Kortom, er kan van alles fout gaan tijdens toetsen en testen. Als je alleen op deze toetsscores afgaat, doe je de kinderen tekort. Enerzijds zul je niet de juiste kinderen identificeren, zij die een speciaal programma het hardst nodig hebben en er het meeste recht op hebben, anderzijds identificeer je onterecht goede A+ leerlingen als hoogbegaafd, kinderen die geen specifieke problemen hebben, maar alleen goed scoren op de toetsen.

Wat is dan hoogbegaafdheid?

Ik vind de simpele omschrijving van hoogbegaafdheid die Annemarie Roeper (2000) geeft, passender dan allerlei definities:

Hoogbegaafdheid betekent een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot het begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen.

Denk aan het hoogbegaafde kind dat de reden is geweest waarom je nu dit artikel leest en bedenk hoe jij hoogbegaafdheid zou omschrijven. Ik wil wedden dat de woorden van Annemarie Roeper dichter bij jouw omschrijving komen dan alle definities, toetsen en IQ cijfers bij elkaar.

Hoogbegaafde mensen vallen in eerste instantie op door hun verfijnde manier van waarnemen van de wereld om hen heen. Natuurlijk, ze hebben al heel jong een uitgebreide woordenschat en ze kunnen hun kennis uitstekend combineren. Maar het is voornamelijk hun gevoeligheid die hen zo doet verschillen van hun leeftijdgenoten. Dat is hoogbegaafdheid. En dan heb je wat mij betreft geen verdere definitie meer nodig.

Karakteristieken van hoogbegaafde kinderen (zie de opsomming hieronder) kunnen niet los van het kind gezien worden; ze zijn een integraal deel van dat kind, niet een aanvulling van de persoonlijkheid van het hoogbegaafde kind, maar de essentie ervan.

Als deze karakteristieken bekritiseerd worden en afgeschilderd als negatief, zullen hoogbegaafde kinderen leren deze karakteristieken en dus hun hoogbegaafdheid te verbergen, ten koste van zichzelf. De karakteristieke eigenschappen van het kind leiden dan tot het onderdrukken daarvan, omdat het kind de verkeerde boodschap krijgt: “pas je aan, zodat je beter bij de rest past”.

Wat zijn karakteristieken van hoogbegaafdheid?

Intensiteit, hooggevoeligheid, asynchrone ontwikkeling, creatief denken en intellectuele vaardigheden horen bij hoogbegaafdheid. Leiderschapsvaardigheden openbaren zich niet altijd op jonge leeftijd en aanleg voor visuele of uitvoerende kunsten komen doorgaans pas aan het licht als het kind daartoe wordt aangemoedigd en in aanraking komt met dans, muziek, schilderen.

Als je over de verschillende hooggevoeligheden leest op mijn website (zie link hieronder), merk je dat je kind misschien niet alle hooggevoeligheden heeft. Een hoogbegaafd kind heeft de intellectuele hooggevoeligheid (altijd vragen stellen, geïnteresseerd in dingen) maar hoeft niet de verbeeldingshooggevoeligheid te hebben (zie hier voor uitleg over verbeeldingshooggevoeligheid).

Opgesomd, komen de karakteristieken van hoogbegaafdheid op het volgende neer:

–          Intensiteit

–          Hooggevoeligheid

–          Asynchrone ontwikkeling

–          Intellectueel vermogen

–          Creatief denken

–          Leiderschapsvaardigheden

–          Visuele of uitvoerende kunsten

NB Een aantal van deze karakteristieken leidt regelmatig tot een verkeerde diagnose: geen hoogbegaafdheid, maar ADHD, autisme of ODD.

Tot slot

Hoogbegaafde kinderen hebben speciale behoeften, maar in tegenstelling tot de meeste andere kinderen met speciale noden, kunnen hoogbegaafden doen net alsof. Deze aanpassing kan hen echter duur komen te staan.

Op school betekent dit vaak dat een hoogbegaafd kind zich aanpast en meedoet met de rest, zijn motivatie in leren verliest en gaat onderpresteren. In een systeem waar de cijfers voor hun werk de enige maatstaf vormen, is het opvallen voor hoogbegaafden verrassend moeilijk. Het werk dat gedaan moet worden is immers zelden geschikt om te laten zien wat ze werkelijk kunnen. En probeer dan maar eens duidelijk te maken dat je kind hoogbegaafd is en dat het andere behoeftes heeft!

Heb je ook ervaringen met de definitie van hoogbegaafdheid en hoe anderen het interpreteren? Laat mij dat hieronder weten.