In mijn praktijk kom ik regelmatig extreem hoogbegaafde kinderen tegen. Kinderen die bijvoorbeeld al op driejarige leeftijd kunnen lezen of tot 1000 kunnen tellen of al kunnen rekenen op niveau groep vier of zelfs vijf. Kinderen die een bijzonder goed ruimtelijk inzicht hebben en al op zeer jonge leeftijd ingewikkelde strategische bordspellen kunnen spelen. Of kinderen die zichzelf op jonge leeftijd een vreemde taal hebben geleerd, bijvoorbeeld Engels door ondertitelde films te kijken en door het spelen van Engelstalige computerspelletjes.

Wie is uitzonderlijk hoogbegaafd?

Zeer begaafde of uitzonderlijk begaafde kinderen scoren bijzonder hoog op een IQ test (145+ op de WISC-R), maar het kunnen ook kinderen zijn die helemaal niet te testen zijn en juist heel laag scoren. Het zijn wonderkinderen op het gebied van muziek, wiskunde of schaken of kinderen met bijzonder hoog ontwikkelde talenten op ongebruikelijke gebieden. Misschien vraag je je af in hoeverre het belangrijk is te weten hoe begaafd je kind is. Is de wetenschap dat hij 130+ scoort niet genoeg?

Niet alle hoogbegaafden hebben hetzelfde nodig

Een kind met 160 IQ verschilt net zoveel van een kind met 130 IQ als dat kind van een gemiddeld kind (100 IQ). De onderwijsaanpassingen die kinderen met 145+ IQ nodig hebben verschillen duidelijk van de aanpassingen die voor de gemiddeld hoogbegaafden gelden. De meeste materialen zijn ontworpen voor hoogbegaafde kinderen die rond de 130 IQ scoren. Het kan daarom moeilijk zijn gepaste uitdaging te vinden voor een zeer begaafd kind, zelfs in een plusklas. Zij denken veel sneller, kunnen materialen veel diepgaander verwerken, hebben een verhoogd bewustzijn en hogere sensitiviteit en intensiteit (nog hoger dan een hoogbegaafd kind met 130 IQ).

Bovendien bestaan er aanwijzingen dat de sociale en emotionele ontwikkeling van zeer begaafde kinderen ook anders verloopt dan van de hoogbegaafde (Hollingworth, 1942; Roedell, 1984). Ze vertonen vaak een veel heftigere emotionele intensiteit, ze denken na over abstracte onderwerpen zoals vrijheid, gerechtigheid of oorlog, maar zijn misschien nog niet voorbereid op de emotionele impact van dit soort onderwerpen. Je kind kan het ene moment meer willen weten over het vermoeden van Poincaré en een paar minuten later zijn jongere zus een harde schop geven. Dit kan verwarrend zijn voor zowel het kind als de ouders. Toch zijn zulke discrepanties uitingen van een normale ontwikkeling van dit zeer begaafde kind en moeten zij als zodanig geaccepteerd worden.

Tegen welke speciale problemen lopen uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen aan?

  • Het is niet eenvoudig om genoeg interessant en moeilijk werk vinden
  • Ze moeten leren domheid of incompetentie bij anderen te tolereren
  • Ze moeten proberen niet negatief te worden richting autoriteit
  • Het gevaar bestaat dat zij zich afsluiten
  • Ze lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van gewoontes van extreme vitterij (Hollingworth, 1942, p.299)

Uitzonderlijke begaafdheid gaat niet over. Het beïnvloedt de ontwikkeling vanaf de geboorte tot op hoge leeftijd.

Bewaren

Bewaren

Bewaren