Wie is uitzonderlijk begaafd en wie niet? Het is eenvoudig, zou je denken, het hangt van de IQ score af. Maar het IQ is veel meer dan alleen testresultaten. Ik spreek regelmatig ouders wiens kind getest is maar scoorde veel lager dan verwacht en vaak ook heel wisselend. Over de verbaal-performale kloof zal ik het nu niet hebben, je kunt over dit onderwerp het artikel op mijn website lezen. Waar ik het over wil hebben, is het verschil tussen de ervaringen van de ouders, observaties van een specialist én de uitkomsten van een IQ test bij het testen van uitzonderlijk begaafde kinderen.

De volledige neurologische make-up van uitzonderlijk begaafde kinderen is anders. Uitzonderlijk begaafde kinderen halen meestal niet hoge cito scores en vallen niet op door leergierigheid op school (wel vaak daarbuiten). Hun manier van denken is fundamenteel anders en daarom ligt het veel ingewikkelder dan een IQ test afnemen en het leerlingvolgsysteem aflezen. Uitzonderlijk begaafde kinderen zijn nooit wat we aannemen of vermoeden en ze verbazen ons elke dag weer.

Wie zijn deze kinderen?

Het zijn kinderen die óf 145 of hoger scoren op een IQ test óf waarvan een ervaren specialist vermoedt dat ze uitzonderlijk begaafd zijn. Om dit goed te kunnen onderbouwen heb je kennis van uitzonderlijke begaafdheid nodig en veel ervaring met deze doelgroep. Uitzonderlijk begaafde kinderen verschillen net zo veel van hoogbegaafde kinderen (130 IQ) als de hoogbegaafden van gemiddeld begaafde kinderen (100 IQ). In mijn praktijk ken ik veel gezinnen met uitzonderlijk begaafde kinderen. Zowel deze ouders als hun kinderen zijn diep denkende en complexe mensen. Hun ervaringen bestaan uit extreme hoogtes en ook extreme dalen, ze beschikken over een buitengewoon bewustzijn voor details en subtiliteiten. Het kan gebeuren dat op sommige momenten deze sensaties en het buitengewoon bewustzijn hen te veel worden.

Uitzonderlijk begaafde kinderen begrijpen misschien niet goed wat hen anders maakt, maar ze weten wel dát ze anders zijn. Andere kinderen voelen zich regelmatig bedreigd door hun ver ontwikkelde woordenschat en vinden hun geavanceerde humor niet grappig. Hun diepgaande interesses worden veelal niet gedeeld door klasgenoten. Het kan behoorlijk moeilijk zijn voor deze kinderen om ontwikkelingsgelijken te vinden. Ze vallen ook in hoogbegaafdenklassen op als anders en lopen daar vaak tegen dezelfde problemen aan als in het regulier onderwijs (gebrek aan uitdaging en zich niet begrepen voelen).

Een deel van uitzonderlijk begaafde kinderen valt helemaal niet op en niemand vermoedt dat ze hoogbegaafd zijn. Ze passen totaal niet in hun schoolomgeving, onderpresteren en laten vaak storend gedrag zien. Wie zou nog denken dat zo’n kind uitzonderlijk begaafd is? Ik ken een aantal kinderen die zich misdragen en uit pure wanhoop tot daden overgaan als de leerkracht bijten of met een stoel gooien. Meestal komen de ouders bij mij wanneer hun kind dreigt te verdwijnen in het speciaal onderwijs. Dat komt omdat tot dan toe niemand naar het kind en zijn behoeftes heeft gekeken als naar een uitzonderlijk begaafd kind en omdat men er van uitgaat dat een zich misdragend kind niet goed opgevoed is of dat het een stoornis heeft. Het is opvallend hoe weinig kennis er is over het gedrag van kinderen.

Niet iedereen kan identificeren

Stel je voor dat de lengte van je kind op school gemeten wordt. Er hangt een meetlat tegen de muur aan en die gaat tot 140 centimeter. Kinderen die tot 140 centimeter komen, kunnen goed gemeten worden. Maar als je kind langer is dan die 140 centimeter en er geen andere manier is om hem te meten, kan de school je alleen vertellen dat je kind 140 cm lang is of minimaal 140 cm. Meer kun je niet uit het meten opmaken. Dit voorbeeld kan raar klinken, maar IQ tests volgen precies dezelfde principe. Ze zijn niet ontworpen om de hele scala aan intellectuele en creatieve vermogens van de meest intellectueel gevorderde kinderen in kaart te brengen. Ook de ontwerpers van deze IQ tests geven toe dat de tests niet bedoeld zijn voor het testen van heel hoge IQ’s.

Hoe kun je uitzonderlijk begaafde kinderen dan identificeren?

Er zijn twee dingen belangrijk: je hebt een specialist nodig die een ruime praktijkervaring heeft met hoogbegaafde en uitzonderlijk begaafde kinderen (Silverman, 1995) en ten tweede moet deze specialist out of the box kunnen denken. Naast een IQ test en observaties van de tester zelf zijn observaties van de ouders nodig en een didactisch onderzoek afgenomen door een andere specialist, die ook weer veel ervaring heeft met uitzonderlijk begaafde kinderen. Al deze gegevens en observaties kunnen dan beoordeeld worden en alleen een ervaren specialist kan tot een onderbouwde conclusie (Silverman, 1997). Het kan gebeuren dat tijdens de IQ test het kind (op bepaalde onderdelen van de test) lager scoort dan verwacht. Bij de beoordeling van de hoogte van intelligentie zijn de observaties van de tester en de gesprekken tussen het kind en een specialist (die ruime ervaring heeft met uitzonderlijk begaafde kinderen) belangrijk en meestal doorslaggevend. Als een uitzonderlijk begaafd kind getest en beoordeeld wordt door mensen die weinig ervaring hebben met de doelgroep, kan het gebeuren dat het kind verkeerd wordt begrepen en/of dat de testresultaten verkeerd worden geïnterpreteerd.

Ze zijn er wel, ook al zie je ze niet (meteen)

Deze kinderen zijn misschien niet altijd als zodanig zichtbaar, ze bestaan wel en er zijn er meer van dan je zou verwachten. Vaak zijn ze niet goed te testen en passen zich zo aan dat ze door hun onderpresteren en/of storend gedrag juist niet als uitzonderlijk begaafd aangemerkt worden. Hun behoeftes zijn anders dan behoeftes van gemiddeld hoogbegaafde kinderen en het is niet altijd eenvoudig om hen te herkennen in de klas. Maar het is belangrijk om het te proberen, zodat ook deze kinderen met de juiste ondersteuning gelukkig kunnen zijn.

Referenties:

Silverman, L. K. (1995a). Highly gifted children. In J. Genshaft, M. Bireley, & C. L. Hollinger (Eds.), Serving gifted and talented students: A resource for school personnel (pp. 217-240). Austin, TX: Pro-Ed.

Silverman, L.K. (1997). Using Test Results to Support Clinical Judgment Gifted Education Press, 1997, 12(1), 2-5.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren