Als hoogbegaafde of snel lerende leerling kun je op school meer doen dan je denkt. Door te praten over wat je wilt en wat je nodig hebt, help je de school jou te helpen.

  • Bedenk dat je dan wel anders bent omdat je hoogbegaafd of heel slim bent, maar dat er niets mis met je is. Je bent alleen anders.
  • Het schoolsysteem is bedacht om zoveel mogelijk kinderen tegelijk iets te leren. Dat betekent dat de juf of de meester één manier gebruikt om alle kinderen iets te leren. Daardoor is het minder geschikt voor kinderen die beneden het gemiddelde presteren; kinderen die niet zo goed kunnen meekomen dus. Er zijn intussen allerlei manieren bedacht om die kinderen te helpen. Maar het gewone onderwijs is ook minder geschikt voor kinderen zoals jij, die boven het gemiddelde presteren (je hebt misschien al gemerkt dat het voor jou niet altijd werkt). En daar is nog weinig voor bedacht.
  • Juf en meester doen hun best, maar ze hebben wel hulp van je nodig. Je moet ze vertellen of laten zien wat je al weet door je werk af te maken. Weten ze niets = doen ze niets.
  • Wees niet bang om met je ouders, de juf of de meester te praten! Veel kinderen durven dat niet. Ze vervelen zich en “leren” op school wat ze al weten. School is er juist om nieuwe dingen te leren.
  • Bespreek wat je voelt eerlijk met je ouders en de leerkracht en praat met ze over hoe zij school voor jou aantrekkelijk kunnen maken.
  • Probeer praktische oplossingen te bedenken: Wat wil je leren, wat interesseert je, waar wil je meer over weten, wat wil je uitzoeken, welke onderwerpen vind je interessant – zoals techniek, aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen enzovoort.
  • De leraar wordt soms een beetje moe om steeds van je te horen dat je iets saai vindt. Laat zien dat je de stof al beheerst, wees snel met het maken van de “saaie” opdrachten, zodat je snel aan de verrijking kunt beginnen.
  • Heb altijd respect voor de mening van anderen en probeer hun standpunt te begrijpen. Soms is het handig om eerst te laten zien (door het te zeggen) dat je de ander begrijpt en pas daarna te praten over wat je op je hart hebt.
  • Zoek zelf eerst uit welke onderwerpen je interessant vindt en waar je aan mee wilt doen (zoals Wiskunde Kangaroe of andere wedstrijden).
  • Lees breed en diep! Zoek boeken over onderwerpen die je interesseren en lees zoveel mogelijk. Wees niet bang om moeilijkere boeken over die onderwerpen te lezen. Houd een notitieboekje bij (kan ook op je computer), waarin je opschrijft welke boeken je gelezen hebt en wat je ervan vond. Verdiep je in de taal. Zoek goede boeken via internet of via de bibliotheek. Vraag aan je ouders of de leerkracht wat zij goede boeken vinden.
  • Probeer vriendschap te sluiten met kinderen van verschillende leeftijden. Het is niet erg als veel van je vrienden ouder zijn. Vriendschappen ontstaan op grond van gezamenlijke interesses, niet op grond van leeftijd. Vraag aan je ouders je te helpen om je aan te melden bij een groep van hoogbegaafde kinderen, zoals onze IeKu Club of een scoutinggroep, waar je kinderen van verschillende leeftijden vindt.
  • Kijk of je het leuk vindt om bijvoorbeeld via internet een cursus of een opleiding te volgen. Of om een vreemde taal te leren. Daar kunnen je ouders bij helpen.
  • Ontwikkel jouw talent. Zoek uit wat je het leukst vindt om te doen, leuker dan wat dan ook in de wereld! Vraag aan je ouders of de leerkracht je te helpen beter te worden in wat je leuk vindt en waar je al goed in bent.
  • Soms moet je “saaie” dingen doen, omdat je de basisstof moet beheersen. Het is de taak van de school om jou dat te leren. De juf of de meester moeten zeker weten dat je de basisstof kent. Daarom heb je het routeboekje. Dat is het minimum dat je moet kunnen. Je moet ook laten zien dát je het kan.
  • Hoe wordt school minder saai? Doe eerst de opdrachten om te laten zien dat je de basisstof beheerst. Dan kom je toe aan interessante opdrachten. Overleg met je leerkracht en met je ouders wanneer het echt saai wordt op school. Misschien moet er dan iets veranderen en daar kunnen ze jou mee helpen.
  • Gebruik de Plusklas om je ervaringen en problemen te delen. Misschien kun je leren van andere kinderen hoe je dingen moet aanpakken.
  • Waar kun je andere kinderen ontmoeten die ook denken en leren zoals jij? In de plusklas op je school of bij een landelijke vereniging. Vraag aan je ouders of ze op internet willen zoeken.

 

En vooral:

Wees positief, vasthoudend en wacht niet af tot iemand anders een oplossing voor je vindt. Er is niets mis met het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen leren.

De juffen en meesters hebben het beste met je voor. Je moet ze alleen wel af en toe helpen, want zoals gezegd:

weten ze niets = doen ze niets.

Veel succes!

(en als je er niet uitkomt, kun je altijd aan mij vragen stellen, mailen kan ook: renata@www.ieku.nl)