Naar aanleiding van mijn vorige artikel over uitzonderlijk begaafde kinderen kreeg ik een aantal vragen van ouders. Een aantal van deze vragen zal ik vandaag beantwoorden.

Hoe weet ik of mijn kind uitzonderlijk begaafd is?

Uitzonderlijk begaafde kinderen laten een buitengewoon vergevorderde ontwikkeling zien op een aantal gebieden. Dit hoge niveau vertaalt zich echter niet altijd in hoge cijfers op school. Individueel testen, een observatie en het bestuderen van de levensloop van het kind is de beste manier om te achterhalen hoe begaafd een kind is.

Welke test is geschikt voor het testen van zo’n uitzonderlijk begaafd kind?

In Nederland wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de WISC. Deze IQ-test is door de heer Wechsler ontworpen om een gemiddelde intelligentie te testen (zie meer uitleg hierover op mijn website). Daarom lees je weleens dat een kind een IQ van 145+ heeft. Dat is het plafond van de WISC test, hoger kun je hiermee niet testen. In de VS en Engeland wordt gebruik gemaakt van de Stanford-Binet test waarmee het IQ tot 200 gemeten kan worden. Een kind dat bijvoorbeeld tussen de 138-145 IQ scoort met de WISC kan bij het testen met Stanford-Binet een IQ van 160 behalen. Over het algemeen wordt in de Engelstalige literatuur aanbevolen te (her)testen met Stanford-Binet wanneer een kind op drie of meer onderdelen van de WISC de top of bijna de top haalt (Silverman & Kearney, 1989). Helaas is er geen Nederlandse versie van die test, dus dit is in Nederland jammer genoeg niet mogelijk.

Zal de school weten wat ze met mijn uitzonderlijk begaafde kind moeten doen?

Ik denk het niet. Het is een beetje vreemd, maar uitzonderlijk begaafde kinderen zijn de minst onderzochte groep binnen de hoogbegaafdenpopulatie. Er bestaan redelijk weinig artikelen en nog minder boeken over de speciale behoeften van deze kinderen. Het is dus niet vreemd dat zelfs leerkrachten die gespecialiseerd zijn in het werken met hoogbegaafde kinderen weinig afweten van de unieke problemen en kwesties waar deze kinderen mee te maken hebben. De ouders van dergelijke kinderen moeten heel nauw met de school samenwerken en de leerkracht voorzien van informatie, helpen met het zoeken naar geschikte materialen en zowel het kind als de leerkracht ondersteunen.

Kan uitzonderlijke begaafdheid verdwijnen?

Nee. Uitzonderlijk begaafde kinderen groeien op tot uitzonderlijk begaafde volwassenen (zoals hoogbegaafde kinderen dat ook doen overigens). Maar op weg naar volwassenheid kan de hoogbegaafdheid zich “verstoppen”. Dat een uitzonderlijk begaafd kind niet altijd uitzonderlijk presteert op school kan verschillende, complexe oorzaken hebben. Sommige van deze kinderen worden niet eens toegelaten tot plusklassen of andere programma’s voor hoogbegaafden, omdat ze niet de vereiste scores halen en niet laten zien dat ze een standaard product kunnen afleveren. Dit gebeurt vaak ondanks dat ze een bijzonder hoog IQ hebben en ondanks dat er bewijs is dat deze kinderen hoogbegaafd zijn en vooruit lopen in hun ontwikkeling.

Uitzonderlijk begaafde meisjes kiezen er vaak voor hun talenten te verstoppen (Silverman, 1986) en passen zich aan om niet op te vallen. Zij hebben aanmoediging en rolmodellen nodig om hun begaafdheid te leren begrijpen en te waarderen en om hun potentieel te verwezenlijken.

Wat is het plafondeffect?

Tijdens het testen kunnen uitzonderlijk begaafde kinderen last hebben van het plafondeffect (dat betekent dat de test te gemakkelijk is). Voor kinderen ouder dan 10 of 11 jaar zou zelfs de Stanford-Binet test onvoldoende zijn om hun begaafdheid te meten. Voor veel tests geldt dat naarmate de leeftijd van het geteste kind hoger is, de ruimte voor het tentoonspreiden van vergevorderde begaafdheid kleiner wordt. Het kind presteert dan beter dan de test kan meten (het kan niet meer scoren dan honderd procent), waardoor grote voorsprongen niet meer opvallen. Dit vertekent het testresultaat: het betekent dat bij een ouder kind een testscore altijd de minimale waarde van het IQ weergeeft. Het daadwerkelijke IQ kan hoger of zelfs veel hoger liggen.

Tot slot

Het opvoeden van een hoogbegaafd kind is aanleiding tot verrukking, angst en alles ertussen. Volwassenen moeten schier onmogelijke prestaties leveren – het kind ondersteunen zonder te pushen, waarderen zonder overdreven te bevestigen, begeleiden zonder over te nemen.

Het is duur, intellectueel veeleisend en fysiek en emotioneel uitputtend. In de eerste roes van trots, realiseren weinig ouders zich dat hun taak in veel opzichten vergelijkbaar is met de taak waarmee ouders van een kind met een ernstige handicap te maken hebben. De huidige maatschappij is niet automatisch berekend op verschillen en het doet er weinig toe of het verschil wordt gezien als een tekort of een teveel.

Ik heb al een aantal zaken genoemd, maar de belangrijkste hulp die je aan je hoogbegaafde kind kunt geven is in één zin te vatten: geef ze een veilig thuis, een toevluchtsoord waar ze liefde ervaren en oprechte goedkeuring, zelfs van hun verschillen. Kinderen met een veilig thuis als achtergrond, kunnen als volwassenen zelf een eigen leven opbouwen.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren