Hoogbegaafde kinderen kunnen regelmatig behoorlijk angstig zijn. Angst kan door verschillende dingen veroorzaakt worden. Sommige angsten zijn het resultaat van traumatische ervaringen. Deze angsten worden niet behandeld in dit artikel, en hoewel een aantal van de strategieën in dit artikel nuttig kunnen zijn, hebben angsten veroorzaakt door traumatische ervaringen soms professionele hulp nodig.

Angsten van kinderen zijn vaker het resultaat van een grote fantasie. Hoogbegaafde kinderen die emotionele- en verbeeldingshooggevoeligheid hebben zijn erg gevoelig voor deze angsten en kunnen ze bijzonder intens voelen.

Jonge kinderen zien monsters in de kast en boemannen onder hun bed. Bewegende schaduwen van waaiende gordijnen of open ramen kunnen een kind laten denken dat er een onzichtbaar wezen de kamer binnenvliegt. Zelfs kinderen die het verschil tussen fantasie en realiteit kennen, kunnen soms bang worden. Oudere kinderen ontwikkelen sociale angsten zoals de angst om voor groepen te spreken. Deze angst kan ook het resultaat zijn van een grote fantasie. Een hoogbegaafd kind kan zich het ergste wat er kan gebeuren voorstellen – een vergissing maken en uitgelachen worden, bijvoorbeeld.

Hoe je kan helpen om angsten te kalmeren

Een kind vertellen dat zijn of haar angsten onredelijk zijn of gewoon zeggen, “geen zorgen” helpt het kind niet om die angsten achter zich te laten. Als het zo makkelijk was zouden er weinig bange kinderen zijn! Geef je kind een aantal strategieën om met angsten om te gaan.

1. De verbeelding gebruiken

Als de angsten van je kind voortkomen uit een levendige verbeelding, kan je je kind helpen om zijn verbeelding op goede manieren te gebruiken. Bijvoorbeeld: een kind dat zich monsters in de kast voorstelt kan dezelfde verbeelding gebruiken om krijgers of engelen op te roepen die de monsters wegjagen (denk maar aan de les van professor Lupos in het derde boek van Harry Potter).

Werk met je kind om hem te laten begrijpen hoe hij zijn verbeelding op goede manieren kan gebruiken. Oefen op momenten dat je kind niet bang is, overdag bijvoorbeeld. Vraag je kind om te beschrijven wat hij zich voorstelt tijdens zijn bange momenten. Vraag dan wat er kan gebeuren om die situatie te verbeteren. Als je kind een monster in de kast ziet kan er bijvoorbeeld een ridder komen die het monster wegjaagt.

Je kind kan een favoriete held of heldin hebben die hij om hulp kan roepen om de denkbeeldige slechteriken te verslaan. Kinderen die zich monsters kunnen voorstellen, kunnen ook helden bedenken. Kinderen die enge gebeurtenissen kunnen bedenken, kunnen ook positieve uitkomsten van die gebeurtenis bedenken.

Kinderen met sociale angsten kunnen ook deze strategie gebruiken: een kind dat zich voorstelt dat hij uitgelachen wordt, kan ook bedenken dat mensen hem toejuichen. In dit geval ligt het aan positief denken. Negatief denken leidt tot negatieve uitkomsten bedenken terwijl positief denken leidt tot positieve uitkomsten.

Hoe oud je kind ook is, deze strategie heeft tijd nodig om te ontwikkelen. Negatief denken en focussen op angsten kan niet in een nacht verholpen worden.

2. Gebruik een object

Bepaalde objecten kunnen bange kinderen helpen met hun angst om te gaan. Zo’n object kan het kind gebruiken om de held(in) te waarschuwen of de monsters weg te jagen. Dit object kan een kleine bel zijn of een knuffel die geluid maakt als erin geknepen wordt.  De bel rinkelen of in de knuffel knijpen is een roep om hulp, maar ook een signaal voor het kind om zijn positieve verbeelding te gebruiken. Dit werkt het beste in combinatie met de eerste strategie.

Je kan ook een sprayfles vol met water gebruiken. Een kind heeft deze fles bij zich als hij bang is. Je kan zeggen tegen het kind dat de fles vol zit met een magisch drankje dat monsters bang maakt. Deze strategie is vooral behulpzaam bij jongere kinderen, hoewel oude kinderen ook hun verbeelding kunnen gebruiken om deze strategie te laten werken.

Een ouder kind kan weten dat te fles vol met water zit, dat er geen magisch drankje is, maar je kan uitleggen dat een denkbeeldig drankje net zo goed werkt op denkbeeldige monsters. Opnieuw, help je kind om zijn verbeelding op goede dingen te focussen om positieve situaties te bedenken.

Deze objecten kunnen alles zijn wat jouw kind helpt. Zelfs een speelgoedtelefoon om de helden te bellen kan werken. Het hang allemaal af van het kind en wat zijn of haar verbeelding stimuleert. Oudere kinderen kunnen geluksmunten of andere dingen bij zich dragen. Het voorwerp zelf is niet belangrijk. Het is de focus die het voorwerp veroorzaakt wat belangrijk is.

Sommige kinderen voelen zich beter met een nachtlampje, maar andere kinderen vinden de schaduwen van het licht nog enger. Je kind heeft misschien meer licht nodig. De lichten uitdoen is niet per se de beste situatie voor kinderen met een grote verbeelding.

Het is belangrijk dat ouders hun kind helpen zijn angsten te controleren zonder hun verbeelding te beperken.

Wat zijn jouw ervaringen? Deel ze hieronder met andere ouders.